Louissen of Louwissen?

Naast de familie Louissen is er ook een familie Louwissen, met een “W” in de achternaam. De Louwissens en Louissens zijn familie. Waar is het verschil in achternaam ontstaan? Is de  “W” verdwenen uit de achternaam Louwissen, of is de “W” toegevoegd aan de achternaam Louissen? Feit is dat de achternaam al vanaf het begin in Zeeland op verschillende manieren werd geschreven. In de aktes van Vlissingen en Oost- en West Souburg kun je met gemak een 15-tal schrijfwijzes onderscheiden.

Willem Louwijssen (1787-1846) krijgt twee kinderen: Jacobus Louwis en Abraham. Bij de eerste staat Louwissen in het doopboek van de hervormde kerk in Vlissingen, en bij de tweede staat Louissen. Het verschil – het toevoegen of het weglaten van de “W”- is daar dus al begonnen.

Jacobus Louwis Louwissen gaat naar Smilde. Bij de geboorte van zijn eerste kind Harm staat hij vermeld als Jacobus Louwis Louwissen, en hij tekent met J.L. Louwissen. Bij zijn tweede kind heet hij Jacobus Louwissen en tekent hij met Louissen, zonder “W”. Bij alle volgende negen kinderen  is zowel de achternaam als de handtekening Louissen.

In 1870 wordt de oudste zoon van Harm Louwissen: Jacobus geboren. De handtekening is bijzonder: er is duidelijk te zien dat er eerst met Louissen is getekend, en dat er Louwissen overheen geschreven is. Bij de volgende acht kinderen staat Harm vermeldt als Harm Louissen en hij ondertekent ook met H. Louissen. Zonder “W”.

We gaan verder met Jacobus Louwissen, geboren in 1870. Bij alle geboorte aktes van zijn kinderen heet hij Jacobus Louwissen, maar tekent hij met Louissen, op één akte na. Bij de geboorte van zijn een-na-laatste  kind tekent hij met J. Louwissen.

Door de beter wordende administratie van de burgelijke stand bevriest in de loop van de 20e eeuw de schrijfwijze. Louwissen blijft met “W”en Louissen zonder “W”. Een deel van de familie Louwissen gebruikt echter in het dagelijkse leven de naam Louissen.

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Louissen of Louwissen?

Uit Zeeuwse Levensberichten

Tijdens de zoektocht in de digitale archieven van Zeeland kwam ik in een boek over bekende Zeeuwen Johannes en Abraham Louissen tegen. Ik heb geen direct verband met de familie Louissen kunnen vinden, maar het verhaal is wel erg leuk om te lezen.

Hier de integrale tekst zoals het is te lezen op archive.org

LEVENSBERICHTEN VAN ZEEUWEN.
ZIJNDE EEN VERVOLG OP
P. DE LA RUE, GELETTERD, STAATKUNDIG EN HELDHAFTIG ZEELAND.

UITGEGEVEN DOOR  F. NAGTGLAS
Tweede Deel.

MIDDELBURG.
J. C. & W. ALTORFFER.
DRUKKERS VAN HET GENOOTSCHAP.

LOUISSEN (Johannes), een Vlissinger, schreef in 1714 een te Middelburg uitgegeven boek over: De zaligmakende leer, of de gelukzaligheid van de oprechten van wandel, die in den weg des Heeren gaan enz , door hem opgedragen aan de predikanten Abraham Ratel en Jacobus Fruytier, alsmede aan de weduwe van den predikant Bernardus van Deinse.

LOUISSEN (Abraham). Waarschijnlijk uit het geslacht van den voorgaanden Hij was koopman te Middelburg , doch schijnt ook vroeger te Vlissingen gewoond te hebben en was getrouwd met Johanna van Laren, uit welke eene dochter voortkwam, die in 1781 in den echt trad met Gerrit Bekker , oom van de bekende schrijfster. Abraham Louyssen, vermoedelijk zijn kleinzoon, werd geboren te Vlissingen in Februari 1741 uit Johannes Louyssen en Neeltje Tange. Hij huwde met Anna Maria van Wingerden , woonde op de Pottekaai te Vlissingen en was oud-schepen dier stad , tijdens de feesten aldaar op den 6 April 1772 gegeven. In J. J. Brahé Eeuwvreugdè is het kostbare vuurwerk afgebeeld, dat de vermogende koopman toen voor zijne woning liet ontbranden en wordt ook verhaald, hoe Louissen bij die gelegenheid het Gasthuis door chassinetten , groen, bloemen en lampions deed versieren en de verpleegden rijkelijk werden onthaald. In de Plaatsbeschrijving van Vlissingen (1873) deelt H. P. Winkelman mede, dat in 1786 het aanzienlijk handelskantoor Johannes Louissen & zoon, waarvan Abraham chef was, uit Middelburg naar Vlissingen werd overgebracht en daar het vertier niet weinig bevorderde, ook door het uitzenden van schepen voor den slavenhandel naar West- Afrika.

Het, in het Museum te Middelburg nog bewaarde fragment van een olifantstand, waarin een ijzeren geweerkogel vastgegroeid is , werd door een dier vaartuigen meegebracht en door Louissen aan het, destijds nog te Vlissingen gevestigd genootschap geschonken. In die dagen, vooral na den oorlog van 1781, werd te Vlissingen veel smokkelhandel, vooral in jenever en tabak, op Engeland gedreven. Dit geschiedde onder den verbloemden naam van commissie- of kustvaart met snelzeilende kotters en loggers, voorzien van cognossementen op afgelegen havens van Spanje of Noorwegen en soms gewapend, om aan de Engelsche wachtschepen weerstand te kunnen bieden. Omstreeks 1820 is deze sluikhandel gelukkig te niet geloopen.

Abraham Louissen bewees, in het begin van Februari 1795, aan de provincie Zeeland een gewichtigen dienst door meer dan een ton gouds renteloos voor te schieten, in de eerste plaats bestemd om de matrozen van ’s lands oorlogsschepen te Vlissingen uit te betalen, (af te monsteren) en van reissfeld te voorzien. Kort te voren waren de Pranschen binnen getrokken, en in dit hachelijk oogenblik waren de onrustige, aan Oranje gehechte matrozen, meestal door drank opgewonden, op het punt om tot dadelijkheden over te gaan en hadden zelfs de kanonnen van het linieschip De Staten-Generaal reeds buiten de geschutpoorten getrokken. De schout-bij-nacht Haringman beproefde te vergeefs de rust te herstellen , toen het geld van Louissen toeliet om de rechtmatig begeerige handen te vullen en het woelig scheepsvolk reisgeld naar Holland te verschaffen. Door Louissen werd in het geheel verstrekt 129536 gl., waarvan gebruikt werden voor het muitend bootsvolk op 15 Februari 45000 gl., en op den 27 Februari voor gedeeltelijke betaling der Fransche troepen 34536 gl., en voor het aandeel dezer provincie in het inillioen contanten, waarmede wij onze verlossers, behalve nog met negen millioen in wissels, moesten verwelkomen, 40000 gl. en het overige voor andere doeleinden. Het was dus waarlijk niet onverdiend, toen de Staten aan Louissen schreven, dat zij ten hoogste gevoelig waren voor den dienst, door hem bewezen. Zij boden hem aan vrijstelling in de uitgeschreven belasting op het goud en zilver, welke uitzondering door hem echter beleefd van de hand werd gewezen. (Paspoort, Beschrijving van Zeeland 1820, blz. 25). Niet lang daarna is het kantoor te niet gegaan. Louissen, die in Mei 1805 overleden is, heeft geen zonen nagelaten, doch zijne dochter en erfgename Anna Maria Louissen (geboren October 1771) is in Augustus 1794 gehuwd met den bekenden Hendrik van Boyen, die rector te Vlissingen was en in 1844 als Staatsraad in buitengewonen dienst enz. te ’s Gravenhage is overleden. Ook was in Augustus 1786 te Vlissingen Pensionaris-honorair Johannes Louissen, die zich in den Raad aldaar zeer gelden deed, zooals in het Vervolg op Wagenaar deel XXIII wordt verhaald.

 

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Uit Zeeuwse Levensberichten

Correcties en aanvullingen stamboom Louissen

Toen ik de drie verhalen schreef over de eerste generaties Louissens waren er nog veel vragen en onduidelijkheden. Inmiddels is een aantal hiervan opgelost. Hieronder volgt per verhaal een overzicht van correcties en aanvullingen

Het verhaal over Louijs en Maatje http://www.mijn-geschiedenis.nl/louijs-en-maatje/ is al ruimschoots aan bod gekomen in de aanvulling “Louijs Louijsse, zijn zussen en een tweede vrouw” http://www.mijn-geschiedenis.nl/louijs-louijsse-zijn-zussen-en-een-tweede-vrouw/

Een toevoeging is nog met welke Jacobus nu precies de lijn vervolgt. Louijs en Maatje haddden drie zonen met de naam Jacobus. Vanwege een onderzoek van Ebel Pol dat ik op internet had gevonden, ging ik ervan uit dat de lijn met de middelste Jacobus (geboren in 1745)  verder ging. Inmiddels ben ik hiervan teruggekomen, en laat de lijn nu lopen via de jongste Jacobus, geboren in 1746. Normaal gesproken krijgt een jonge de naam van zijn oudere broer als deze is overleden, en komen er geen 2 jongens met dezelfde naam voor in een gezin.

Daarmee komen we op het verhaal van Jacobus en Susanna http://www.mijn-geschiedenis.nl/jacobus-en-suzanna/ .

In een van de doopinschrijvingen heeft Suzanna de patroniem Janse. Haar vader heet dus Jan en woont rond 1755 in Westkapelle. Er woont inderdaad een Jan Leunisse in Westkapelle en deze is getrouwd – volgens het lidmatenboek van de kerk – met Maetje van Peenen. Deze Maetje van Peenen is de getuige bij de doop van dochter Matje in 1783. Hiermee hebben we de ouders van Suzanna en hebben we ook het vraagstuk van Matje Willemse van Peene opgelost. Deze kon immers niet de moeder van Jacobus zijn, die tussen 1746 en 1751 is overleden.

We weten nu uit de aanvullingen van het verhaal van Louijs en Maatje  dat Antheunis Louwijssen de halfbroer is van Jacobus.

Volgens de indexen op internet staat in de overlijdensakte van Suzanna Leunissen dat haar man Jacobus op 26-jarige leeftijd is overleden. Hieruit blijkt dat het altijd goed is om de originele aktes te bekijken, want het staat er niet. Er staat dat Willem Louwijssen, die de aangifte van overlijden doet, 26 jaar is.

Ten slotte het verhaal van Willem en Maria. De correcties en aanvullingen over dit verhaal komen in een volgende bijdrage.

 

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Correcties en aanvullingen stamboom Louissen

Louijs Louijsse, zijn zussen en een tweede vrouw

Dit verhaal is een vervolg op een eerder verhaal dat hier is verschenen, over Louijs Louijsse en Maatje Willems http://www.mijn-geschiedenis.nl/louijs-en-maatje/

Al een tijdje waren er vragen rond het begin van de stamboom Louissen. Waar kwam Louijs Louijsse vandaan, wie was die tweede Louijs die een kind kreeg met Arjaantje van Winkele, wie was deze Arjaantje? Tijd om eens wat dieper in de boeken van Vlissingen, en Oost- en West-Souburg te duiken.

Als je de getuigen bekijkt die aanwezig waren bij het dopen van de kinderen van Louijs Louijsse dan vallen twee namen op: Pieternele Louijsse en Janna Louijsse. Gelukkig zijn er nog gegevens te vinden van beide dames

Janna Louijsse is getrouwd met Pieter Chevaal. Pieter staat ook als getuige vermeld bij de doop van Louijsa Louijsse in 1734. Pieter en Janna hebben (minstens) 7 kinderen:

  • Jannetje, gedoopt 21-10-1731, doopgetuigen Andries den Dekker en Jannetje Bliek
  • Laurens, gedoopt 12-10-1732, doopgetuigen Jacobus Matthijsse en Pieternella Louijsse
  • Jannis, gedoopt 10-01-1734, doopgetuigen Louijs Louijsse enJannetje Bliek
  • Louijsa, gedoopt 13-02-1735, doopgetuigen Jacobus Matthijse en Maatje Willems
  • Abraham, gedoopt 03-11-1737, doopgetuigen Abraham Chevaal en Caatje van Laarbeeke
  • Pieternella, gedoopt 26-01-1740, doopgetuigen Jan Chevaal en Cattharina Bailleuw
  • Lijntje, gedoopt 02-04-1741, doopgetuigen Jan Seval en Geertje Schulting

Alle kinderen zijn gedoopt in Oost-Souburg, behalve Pieternella, die in West-Souburg is gedoopt. In het doopregister staat vermeld dat het gezin uit Oost-Souburg komt.

Pieternelle Louijsse is getrouwd met Jacobus Matthijse, die ook een aantal malen vermeld staat als doopgetuige bij de kinderen van Pieter en Janna.
Jacobus en Pieternelle hebben 6 kinderen, allen gedoopt in Oost-Souburg:

  • Jacobus, gedoopt 14-06-1733, doopgetuigen Willem Person en Cornelia de Bree
  • Adriaantje, gedoopt 25-07-1734, doopgetuigen Laurens de Munk, Elijsabeth de Meij, Gillis van de Cassijne en Leijntje Borst
  • Louijse, gedoopt 25-07-1734, doopgetuigen  Laurens de Munk, Elijsabeth de Meij, Gillis van de Cassijne en Leijntje Borst
  • Louijsse, gedoopt 30-10-1735, doopgetuigen Pieter Cheval, Maatje Willems
  • Adriana, gedoopt 28-10-1736, doopgetuigen Laurens de Munck en Elijsabeth de Meij
  • Adriaan, gedoopt 27-04-1738, doopgetuige Laurens de Munk en Elijsabeth de Meij

Kort na de geboorte van Adriaan overlijdt Pieternelle. Ze wordt op  02-06-1738 begraven in Oost-Souburg.

Jacobus trouwt opnieuw en krijgt nog minsten 1 kind met Geertruydt Basteaanse:

  • Adriaan, gedoopt 23-03-1740 in Vlissingen, doopgetuigen Pieter Sevaal en Janna Louyssen

Tot slot de kinderen van Louijs Louijssen en Maatje Willems. De moeder heet in twee gevallen Maatje Tans/Tands. Ik denk dat Maatje Willems en Maatje Tands dezelfde persoon zijn, omdat ik ervan uitga dat de doopgetuige Leijn Ton en Leijn Tands ook dezelfde persoon zijn.

Louijs en Maatje krijgen 5 kinderen

  • Louijsa, gedoopt in Oost-Souburg op  11-07-1734, doopgetuigen Pieter Chevaal en Janna Louijsse
  • Willem gedoopt in Oost-Souburg op 11-12-1735, doopgetuigen Leijn Ton en Pieternelle Louijsse
  • Willem, gedoopt in West-Souburg op 25-12-1738, doopgetuigen Leijn Tands en Janna Ijsenbaart
  • Jacobus gedoopt in West-Souburg op 08-02-1740, doopgetuigen Willemijntie Deckers
  • Jacobus gedoopt in Vlissingen op 21-04-1745, doopgetuigen Jacobus Servaas en Maatje Bimmel
  • Jacob gedoopt in Vlissingen op 17-07-1746, doopgetuigen Pieter de Jonge en Margryta van Winkel

De getuige bij de laatste doop  is Margryta van Winkel. Als ik nog een keer zoek op “van Winkel” kom ik in het Ondertrouwboek van Vlissingen het huwelijk tegen van Louis Louisse en Adriana van Winkel. In de scan van dit boek staat het volgende te lezen

Saturdag 2 October 1751
Louis Louisse Wed. van Matie Thons geboortig van Koukerk en woonende onder Westersouburg en Adriana van Winkele Wed. van Baleman geboortig van Koukerk en woonende op Oud Vlissingen.
Z.W. op Oud Vlissingen

Dit betekent dus dat Maatje Tands ergens tussen 1746 en 1751 is overleden en dat Louis met Adriana/Arjaantje trouwt. Ze krijgen samen een zoon

  • Antheunis gedoopt in West-Souburg op 31-12-1752, geboren 23-12, doopgetuigen Antheunis de Jonge en Maatje Louwijssen

Dit betekent verder dat Louijs (en zijn zussen?) afkomstig is van Koudekerk, een dorpje vlak bij West-Souburg.  Hiermee is nieuwe informatie gekomen over de herkomst van Louijs en is duidelijkheid over de vader van Antheunis en zijn familierelatie met Jacobus Louwijsen (halfbroers), vragen die ik had in het verhaal over Maatje en Louijs.

Nu nog de vraag of er iets te zeggen valt over de ouders van Louijs.

De kinderen van Louis en Maatje heten Louijsa, Willem en Jacobus (en Antheunis)
De kinderen van Pieter en  Janna heten: Jannetje, Laurens, Jannis, Louijsa, Abraham, Pieternella, Lijntje,
De kinderen van Jacobus en Pieternelle heten: Jacobus, Adriaantje, Louijse, Louijsse, Adriana, Adriaan

De vader van Maatje Willems heet Willem, dat is wel duidelijk.

Als we het schema aanhouden dat de kinderen afwisselend naar de ouders van de man en de ouders van de vrouw worden genoemd, dan kan ik er nog niet zoveel van maken. De namen Louijsa en Louijse komen bij alle drie voor. Is Louijsa de vrouwelijke variant van Louijs en heet de vader van Louijs dus ook Louijs? Of heet hij Laurens, het tweede kind van Pieter en Janna. Het derde kind van Pieternelle (een zoon?) heet Louijse,

Om meer duidelijkheid te krijgen moet ik de zoektocht verplaatsen naar Koudekerke, maar dat een volgende keer.

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Louijs Louijsse, zijn zussen en een tweede vrouw

Nanno en Grietje

Nanno Heikens (1715-1788) en Grietje Hendriks (1724-1793)

Doop en begraven van kinderen – ik heb het al eerder geschreven – is een lastig punt in het tijdperk voor 1811. In het doopboek van Winschoten worden gelukkig de namen van zowel de vader als de moeder vermeld. In het Begraafboek echter alleen de naam van de vader, en soms een aanduiding of het een zoon of dochter betrof. Bij het begraven van de vrouwen werd deze aangeduid als “vrouw van” of “weduwe van”.

In het geval van Nanno Heikens en Grietje Hendriks worden de namen op diverse manieren geschreven. Nanno heet soms Nanne, en Heikens is ook Haikens, Haijkens, Heikes, Haikes. Bij twee kinderen staat Nanno Crijns genoemd als vader, en ik heb sterke vermoedens dat Nanno Crijns en Nanno Heikens dezelfde persoon zijn, omdat de vader van Nanno Haiko Krijns heet, en er verder geen informatie is over Nanno Krijns.

De gegevens in dit overzicht zijn afkomstig van de Doop, Trouw en Begraafboeken van Winschoten, tenzij anders vermeld.

Nanno is geboren in 1715 in Winschoten, zoon van Haiko Krijns en Anna Jans. Hij is gedoopt op zondag 23 juni 1715 in Winschoten. Nanno trouwt op 29 jarige leeftijd op zondag 25 oktober 1744 in Winschoten met de 20 jarige Grietje Hindriks:  “Nanne Haikens J.M. en Grietje Hindriks J.D. den 25. October beide van Winschoten”. Grietje is geboren in 1724 in Winschoten. Zij is gedoopt op zondag 3 september 1724, als dochter van Hindrik Hindrix en Egbertien.

Op zondag 15 augustus 1745 wordt Heiko, de eerste zoon van Nanno Heikens en Grietje Hindriks, gedoopt. Een paar maand later, op 1 november 1745 wordt een niet bij name genoemd kind van Nanno Heikens begraven. Omdat Nanno en Grietje nog maar 1 kind hebben, moet dit Heiko zijn.

Op zondag 11 december 1746 wordt Hindrik gedoopt in Winschoten, de zoon van Nanne Haikes en Grietje Hindriks. Hindrik trouwt twee keer en overlijdt op zaterdag 6 februari 1830 in Winschoten, 83 jaar 2 maanden oud, weduwnaar van Zwaantje Jans en Jantje Harms Edens. In de overlijdensakte staat hij genoemd als de zoon van Nanno Heikens en Grietje Hindriks.

Hejko wordt gedoopt op vrijdag 27 februari 1750 in Winschoten, de zoon van Nanno Hejkens en Grietie Hindriks.

Op woensdag 31 maart 1751 wordt er weer een Heiko, zoon van Nanno Haikens en Grietie Hindriks gedoopt. Hij overlijdt snel daarna en op vrijdag 14 mei 1751 wordt de zoon van Nanno Hajkes begraven.

Op dit punt zitten we met de Hejko uit 1750. Hij moet in de tussentijd overleden zijn omdat er in 1751 weer een Heiko gedoopt wordt. Er is in de begraafboeken van Winschoten tussen februari 1750 en 31 maart 1751 geen inschrijving te vinden van een kind van Nanno. Er staat wel een begrafenis van een kind van Nanne Krijns op 20 april 1750 in de boeken. De vader van Nanno heet Haiko Krijns. Dat Nanno ook wel Nanno Krijns genoemd wordt is niet onwaarschijnlijk. We houden het er op dat Hejko, gedoopt op 27-2-1750 begraven is op 20-4-1750.

Op zondag 20 augustus 1752 wordt de volgende Heiko geboren als zoon van Nanno Heikens en Grietje Hindriks. Heiko moet voor 1757 overleden zijn, omdat er dan weer een Heiko gedoopt wordt. Ook hier is in de tussentijd geen begrafenis van een zoon van Nanno Heikens, maar wel van Nanne Crijns. Op 22 september 1752 wordt een kind van Nanne Crijns begraven. We gaan er van uit dat dit Heiko betreft.

Het volgende kind wordt geen Heiko genoemd, maar Egbert. Egbert wordt gedoopt op donderdag 23 mei 1754 in Winschoten, als zoon van Nanne Heikes en Grietje Hindriks

Egbert vertrekt 7 mei 1780 met attestatie en trouwt op zaterdag 10 juni 1780 in Bellingwolde met Tettje Izebrands Bultena. Volgens de notities op Internet is Egbert begraven op vrijdag 27 januari 1792 in Oudeschans.  Ik heb dat zelf nog niet terug kunnen vinden in de kerkboeken.

In de doopinschrijving van zijn zoon Egbert op 24-06-1792 in Bellingwolde staat dat de vader is overleden. Het is dus zeker dat vader Egbert tussen oktober 1791 en juni 1792 is overleden.

Vervolgens wordt er weer een Heiko gedoopt op zondag 7 augustus 1757 in Winschoten, als zoon van zoon van Nanno Haikens en Grietje Hindriks.

Omdat er in 1762 weer een Haijko wordt gedoopt moet deze Heiko tussen 1757 en 1762 zijn overleden. Er zijn twee mogelijkheden: zowel op 07-11-1760 als op 15-09-1761 wordt in Winschoten een kind van Nanno Heikens begraven. Omdat er maar 1 doopinschrijving te vinden is, ga ik er vanuit dat een van beide begrafenissen een doodgeboren kind betreft, dat niet gedoopt is. Heiko wordt dan op 7 november 1760 begraven of op 15 september 1761, en op de andere datum wordt een ongedoopt kind begraven.

In 1762 wordt er weer een Haijko geboren. Hij is gedoopt op vrijdag 15 januari 1762 in Winschoten als zoon van Nanno Haijkens en Grietie Hindriks. Heiko trouwt op 14 januari 1791 met Trijntje Bruggers uit Blijham. Hij is begraven op woensdag 9 september 1807 in Winschoten als Heiko Heikens

Op zondag 12 mei 1765 wordt Egbertje gedoopt als dochter van Nanno Haijkens en Grietje Hindriks. Egbertje is overleden in 1805 en begraven op vrijdag 27 december 1805 in Winschoten. Het was lastig om haar te vinden in het Begraafboek van Winschoten, ze staat geregistreerd als de vrouw van Eggo van Dijk. Egbertje is getrouwd op 27-11-1793 in Oude Pekela met Johannes Suthof en hertrouwd op 10-08-1797 in Winschoten met Egge Jacobs van Dijk, logementhouder van De Nederlanden in Winschoten.

In 1767 wordt Anna gedoopt op zondag 4 oktober 1767 in Winschoten, dochter van Nanno Haijkens en Grietje Hindriks. Anna overlijdt een paar jaar later en wordt 7 juni 1776 in Winschoten begraven, als dochtertje van Nanno Heijkes

Nanno overlijdt in 1788, 73 jaar oud, en is op donderdag 18 december 1788 in Winschoten, als Nanne Heikens begraven. Vijf jaar later overlijdt Grietje in 1793 in Winschoten, 68 jaar oud. Zij is begraven op dinsdag 26 maart 1793 in Winschoten. Ze staat in het begraafboek als de weduwe van Nanno Haijkens.

Samenvattend, de kinderen van Nanno en Grietje:

  1. Heiko, gedoopt 15 augustus 1745, begraven 1 november 1745
  2. Hindrik, gedoopt 11 december 1746, overleden 6 februari 1830
  3. Hejko, gedoopt op 27 februari 1750, begraven 20 april 1750
  4. Heiko, gedoopt 31 maart 1751, begraven 14 mei 1751
  5. Heiko, gedoopt 20 augustus 1752, begraven 22 september 1752
  6. Egbert, gedoopt 23 mei 1754, begraven 27 januari 1792 in Oudeschans (?)
  7. Heiko, gedoopt 7 augustus 1757, begraven 7 november 1760 of 15 september 1761
  8. Ongedoopt kind begraven op 7 november 1760 of 15 september 1761
  9. Haijko, gedoopt 15 januari 1762, begraven 9 september 1807
  10. Egbertje, gedoopt 12 mei 1765, begraven 27 december 1805
  11. Anna, gedoopt 4 oktober 1767, begraven 7 juni 1776

 

Geplaatst in Koning | Reacties uitgeschakeld voor Nanno en Grietje

De schepen van de familie Hoogeveen

Deze keer geen verhaal, maar een overzicht van de schepen van de familie Hoogeveen. En dan bedoel ik natuurlijk de Hoogeveens die in mijn stamboom zitten.

25-03-1810 : Johannes Eizes Hoogeveen leent 240 Carolus Guldens voor een schip van Gosse Folkerts uit Harkema Opeinde.

Het schip: “Coffeschip lang over steeven 48 voet, wijd 10 voet 10 duim hol na advenant hier bij verkogt een mast met de wigt, een staag met twee zijdtaakels alles tot mijn volle genoegen ontvangen”

Er zijn verschillende definities van “voet”. Misschien is hier de Rijnlandse voet bedoeld, die is 31,4 cm. Een “duim”is 1/12e van een “voet”. Het schip is dan ongeveer 16,5 meters lang en 3,40 meter breed. Een klein Kofschip voor de binnenwateren?

03-10-1825 : Johannes Hogeveen huurt een schip voor 10 jaar van Ysack Abrahams van der Werf 

Het schip: “een schuiteschip, lang veertien ellen twee palmen, wijd en hol na rato, gemeten op zevenentwintig tonnen, edog zo groot en klein goed en kwaad mag wezen, zonder waarborg voor de hoegrootheid,

In 1816 wordt het “metrieke systeem” geintroduceerd in Nederland. De oude benamingen blijven bestaan maar krijgen een nieuwe waarde. Een “el” is een meter, een “palm” is een decimeter en een “duim” is een centimeter.

Het schip was dus 14,2 meter lang en breed en diep naar verhouding

18-01-1826 : Johannes Hogeveen koopt een schip voor 1000 gulden van Ysack Abrahams van der Werf 

Johannes koopt hetzelfde schip dat hij een paar maand daarvoor huurde.

 29-09-1833 : Johannes en zijn dochter Rompkje overlijden op hun schip in de vaart bij Donkerbroek. Jacob overlijdt een paar dagen later in een woning in Donkerbroek.

Wat is er gebeurd. Zo’n ramp zou kunnen betekenen dat het schip gezonken is of dat er brand was. Als dochter Josyna in juni 1834 trouwt, wonen Josyna en haar moeder de weduwe Trijntje Wagenaar weer op een schip, volgens de huwelijksakte.

11-05-1838 : Eise Hoogeveen overlijdt op een schip in Grouw. 

Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap.
Zoon van wijlen Johannes Eises Hoogeveen (en marge: ‘vader van overledene is 29/9/1833 in armoedige staat overleden’) en Trijntje Wybes Wagenaar, schippersche wonend in schip;
broer van Tietje (vrouw van Andries Jans Meyer, te Knijpe, wonend in schip),
Josina (vrouw van Pieter Rienks Hof, veenbaas Haulerwijk),
Hendrikje (vrouw van Lykele Jakobs Bonstra, veerschipper Roordahuizum)
en minderjarige Wybe, Hendrik en Sjoukje Johannes Hoogeveen.

rond 1845 kopen Trijntje Wagenaar en haar kinderen Sjoukje, Hendrik en Hendrikje het schip de Jonge Tietje. 

Ik heb hiervan geen aktes gevonden, maar het schip dat ze in 1852 verkoopt is gebouwd in 1845.

28-01-1852 : Trijntje Wiebes Wagenaar, Keimpe Veenstra (namens Sjoukje) en Hendrik Hoogeveen verkopen voor 640 gulden 103/112 gedeelte in een overdekt schip genaamd “de jonge Tietje” aan Hillebrand Harmens Hartholt 
Notaris: Klaas Tadema, te Oosterwolde

“Voor Klaas Tadema, notaris in het tweede arrondissement van de provincie Friesland, standplaats hebbende te Oosterwolde, in tegenwoordigheid van na te noemen twee getuigen, zijn verschenen Trijntje Wiebes Wagenaar, weduwe Johannes Eizes Hoogeveen, zonder bedrijf, Hendrik Johannes Hoogeveen, van ’t schippersbedrijf, en Keimpe Luitzens Veenstra, ook van ’t schippersbedrijf, als in huwelijk hebbende Sjoukje Johannes Hoogeveen, allen wonende te Donkerbroek.”

Lykele Bonstra, de weduwnaar van Hendrikje Hoogeveen, is eigenaar van 9/112 deel, en is niet aanwezig bij de verkoop.

Het Schip: “een overdekt schuiteschip, de jonge Tietje genaamd, gemeten op acht ellen en twee en zestig duimen lengte, twee ellen vijf en vijftig duimen wijdt, op een el zeventien duimen hol en overzuks geijkt op vijf en twintig tonnen. Met zeil en treil, haken en boomen, ankers en touwwerk en verdere inventaris, zodanig door de verkoopers is bevaren. ….
..
Welk schip in de Nederlanden tehuis behoort, als gebouwd op de scheepstimmerwerf te Bergum en gemeten door den scheepsmeter en ijkmeester Eisma te Leeuwarden, blijkens door hem afgegeven meetbrief van den zesden augustus achttienhonderd vijf en veertig.”

Het schip is dus in 1845 gebouwd en is 8,62 meter lang en 2,55 meter breed.

25-04-1852 : Keimpe Luitzens Veenstra wonende te Donkerbroek huurt voor 40 gulden per jaar 103/112 gedeelte in een schip genaamd de ” Jonge Tietje” voor 12 jaren van Hillebrand Harmens Hartholt 
Notaris: Klaas Tadema, te Oosterwolde

Keimpe en Sjoukje huren drie maand later het schip terug. Trijntje gaat bij hen op het schip wonen. Zwager Hendrik is borg voor Keimpe.

25-04-1852 : Hendrik Johannes Hoogeveen wonende te Donkerbroek huurt voor 60 gulden per jaar een tjalkschip de ” Jonge Jan” van Hillebrand Harmens Hartholt 

Op dezelfde dag als Keimpe de Jonge Tietje huurt, huurt Hendrik Hoogeveen een Tjalk. Een Tjalk is een Gronings scheepstype. Omdat Jantje, de vrouw van Hendrik ook Groningse is, zou het mij niet verbazen als dit het schip van de familie Drok is.
Keimpe Veenstra is borg voor Hendrik, net zoals Hendrik Borg was voor Keimpe.

Het schip: “een overdekt en gewegerd Tjalkschip, de jonge Jan genaamd, in achttien honderd vierentwintig gebouwd op de scheepstimmerwerf van Roelof Noorderwerf te Woudsend, gemeten, gemeten op veertien ellen en negen duimen lengte, twee ellen en vier en vijftig duimen wijdte en een el en acht en twintig duimen hol en overzulks geijkt op twee en dertig tonnen”

Gewegerd betekent voorzien van houten afdekking van de zijkanten en soms ook dekken, in het ruim. Voornamelijk toegepast op houten schepen en op stalen/ijzeren aardappelschepen en sommige andere schepen die ladingen vorstvrij moeten vervoeren.

Het schip is 14,9 meter lang, 2,54 breed en 1,28 diep.

04-09-1852 : Trijntje Wijbes Wagenaar overlijdt in Harlingen op het schip van Keimpe Luitzens Veenstra en Sjoukje Wiebes Hoogeveen

22-10-1863: Johannes Hoogeveen huurt de “Jonge Jan” voor een periode van 7 jaar van Hillebrand Hartholt.

Dus 4 maand voordat het oude contract afloopt en in februari 1864 overlijdt Hendrik Hoogeveen. Johannes is dan 13 jaar. Mogelijk was Hendrik al ziek?

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor De schepen van de familie Hoogeveen

Familie uit Surhuisterveen

Het naspeuren van de familiebanden voor de invoering van de burgerlijke stand in 1811 is vaak een hele puzzel: je hebt te maken met beschadigde, incomplete en verloren gegane kerkboeken. En als ze er zijn, is de informatie soms summier: “geboren Jan, zoon van Piet” of “Ontvangen voor de begrafenis van Jan zijn kind 1-3-0”. Maar het kan ook een leuke puzzel zijn. Het verbinden van allerlei kleine stukjes informatie tot een totaal plaatje. Meestal met nog wat aannames, die af en toe weer tegen het licht gehouden moeten worden.

Via de documenten uit de burgerlijke stand kon ik de tak Hoogeveen uit de familie van mijn grootvader terug volgen tot Johannes Eises Hogeveen uit Surhuisterveen.

surhuisterveen

Johannes Eises is overleden in september 1833, samen met zijn dochter Rompkje en zoontje Jacob. Volgens de overlijdensakte van 1833 is hij 61 jaar, bij de geboorte van Jacob in 1823 is hij 51 jaar, in 1826 is hij 54 jaar, en in 1829 is hij 55 jaar. Johannes is dus rond 1772 geboren, was schipper en hij woonde in Surhuisterveen. De namen van zijn ouders zijn niet terug te vinden, net zo min als een doopinschrijving, maar volgens zijn patroniem is hij de zoon van Eise, en verder draagt hij de familienaam Hogeveen.

In een Memorie van Successie (de afwikkeling van een erfenis) van Vroukje Nannes uit 1823 komen we Johannes Eizes Hoogeveen tegen als halfbroer van Jitske en Trijntje Tiensma. Gezien de verschillende achternamen, is de moeder de gemeenschappelijke ouder. Jitske en Trijntje zijn de kinderen van Josina Johannes en Matijs Tiensma, getrouwd in 1755. En zo komen we bij de volgende stap.

In een proces verbaal van het Nevengerecht van Tietjerksteradeel uit 1792 lezen we een verhaal waarin “Eyse Hendriks Hogeveen, turfschipper, oud 50 à 51 jaar, wonende te Surhuisterveen, getrouwd aan Gesina Johannes” voor komt.
De eerste puzzelstukjes vallen op hun plaats: Johannes Eises Hogeveen is een zoon van Eyse Hendriks Hogeveen en Gesina (Josina) Johannes. Eyse Hendriks Hogeveen is rond 1742 geboren, waarschijnlijk in Surhuisterveen, en zijn vader heet natuurlijk Hendrik.

Josina Johannes is in 1755 getrouwd met Matijs Tiensma. Er zijn 3 kinderen terug te vinden in de doopboeken: Berent 1-10-1756, Tryntje 29-12-1758 en Jetske 5-7-1761. Het lijkt waarschijnlijk dat Josina op 17-7-1729 gedoopt is in Surhuisterveen, als dochter van Johannes Wiits en Ietske Dirks. Haar huwelijk met Eise Hendriks zal na 1761 hebben plaatsgevonden. Ze is zo’n 13 jaar ouder dan Eise.

In 1819 overlijdt Martinus Hendriks Hogeveen, schipper uit Surhuisterveen, op ongeveer 80 jarige leeftijd. Zijn ouders zijn – volgens de akte – Hendrik Klazes Hogeveen en Geeske Eisses. Hij was getrouwd met Maaike Ouwes. Martinus is dus rond 1739 geboren, als zoon van Hendrik Klazes (Hogeveen) en Geeske Eisses. Dat maakt het waarschijnlijk dat – als hij broers heeft – zijn broers Klaas Hendriks (Hogeveen) en Eisse Hendriks (Hogeveen) zullen heten. Eisse Hendriks Hogeveen hebben we al gevonden. Nu Klaas nog.

In de trouwboeken van Leeuwarden en Groningen komen we in 1764 het huwelijk tegen van Claes Hogeveen en Eelkje Hiddes uit Surhuisterveen. In het trouwboek van Leeuwarden staat dat Claas in Groningen woont, en in het trouwboek van Groningen staat dat Claes uit Surhuisterveen komt. Claas is een ruiter in de compagnie van de major Joost/Jean le Boullenger in het Eskadron Orange Friesland.
Hiermee lijken we dus ook Klaas (Claas, Claes) gevonden te hebben. Claas en Eelkje wonen in Leeuwarden, waar Claas geen gebruik maakt van een patroniem, op één uitzondering na. In 1777 wordt Froukje gedoopt, de dochter van Claas Hendriks en Eelkje Hiddes. Claas Hogeveen heet dus ook Claas Hendriks. Claas overlijdt in 1803 in Leeuwarden, in het Ruiterquartier.

Eise overlijdt in 1804, ook in Leeuwarden. Dat laatste was in eerste instantie wat vreemd, maar volgens het begraafboek komt hij van het Schavernek in Leeuwarden, een gracht. Een schipper sterft natuurlijk op het water, altijd onderweg. Hij is van Stadswege begraven.

We hebben nu Hendrik Klazes en Geeske Eisses en drie broers: Klaas, Martinus (geboren rond 1739) en Eise (geboren rond 1742), wonend in Surhuisterveen. Martinus en Eise zijn schipper en Klaas is/was ruiter in het Staatse leger. Alleen van Martinus staat vast – in zijn overlijdensacte – dat hij de zoon is van Hendrik en Geeske. Er zijn (nog) geen doopinschrijvingen gevonden van kinderen van Hendrik en Geeske, net zomin als een huwelijksinschrijving van Hendrik en Geeske.

Omdat de namen van de kinderen vaak aanwijzingen bevatten over de namen van de grootouders, gaan we de kinderen eens inventariseren.

Van Claas Hendriks Hogeveen en Eelkje Hiddes komen we de volgende kinderen tegen
– Janneke, gedoopt 13-4-1766
– Johannes, gedoopt 12-6-1767, overleden 6-6-1768
– Johannes, gedoopt 26-5-1769, overleden 14-2-1770
– Johannes, gedoopt 8-2-1771
– Froukje, geboren 17-3-1773, gedoopt 2-4-1773, overleden 28-4-1773
– Hidde, geboren 22-10-1774, gedoopt 4-11-1774
– Froukje, geboren 14-5-1777, gedoopt 28-5-1777

Wat opvalt, is dat de naam Hendrik niet voor komt en dat er drie keer Johannes wordt vernoemd, voordat Hidde – de vader van Eelkje – wordt vernoemd. Naar wie is Johannes vernoemd? Het lijkt er op dat Claas al eerder getrouwd is geweest en dat hij al een zoon heeft met de naam Hendrik.

Van Eise Hendriks Hogeveen en Josina Johannes kennen we één kind
– Johannes Eisses Hogeveen, geboren rond 1772 en overleden in 1833
Waarschijnlijk is dit ook het enige kind, omdat er in het testament uit 1823 sprake is van één halfbroer. Het is natuurlijk mogelijk dat Eise Hendriks kinderen heeft uit een eerder huwelijk.

In de begraafboeken van Leeuwarden komen we nog wel tegen “18-9-1801 Begraven op het Oldehoofsterkerkhof twee kinderen van Eise Hendriks” maar gezien de leeftijd van Josina Johannes in 1801 (rond de 70), moet dit een andere Eise Hendriks zijn.

Van Martinus Hendriks Hogeveen en Marijke Ouwes kennen we de volgende kinderen via de aktes uit de burgerlijke stand.
– Sietske Marthinus Hogeveen 82 jaar oud overleden op 12-11-1845
– Froukje Hogeveen, 45 jaar oud overleden op 20-06-1815
– Grietje Martinus Hoogeveen, 74 jaar, overleden 04-04-1844
– Geeske Martinus Hogeveen (als enige een doopinschrijving in het doopboek van Surhuisterveen van 13-12-1772) op 13-8-1858 overleden op 86 jarige leeftijd.
– Antje Martinus Hoogeveen, 64 jaar oud overleden op 21-10-1839
– Trijntje Martinus Hogeveen, 80 jaar oud overleden op 06-06-1857
– Hendrikje Hogeveen, 58 jaar oud overleden op 11-01-1838

Slechts één kind (Geeske) staat in het doopboek van Surhuisterveen. De andere kinderen kennen we via de overlijdensaktes en geboorteaktes van hun kinderen.
Wat opvalt bij de kinderen van Martinus en Marijke is dat pas het vierde kind vernoemd is naar de moeder van Martinus (Geeske). De ouders van Marijke heetten Ouwe en Grietje. Ouwe is niet vernoemd (allemaal dochters) en de derde dochter heet Grietje. Dan komt dus de vraag naar wie de eerste twee dochters van Martinus en Marijke zijn vernoemd. De naam Froukje zal ergens in de familie Hogeveen zitten omdat ook Klaas Hogeveen een dochter Froukje heeft.

Een mogelijke theorie voor de naam Sietske is de volgende.

Er is een echtpaar in Surhuisterveen met de naam Klaas Hendriks en Sytske Johannes. Zij krijgen drie kinderen (er staan drie kinderen in het doopboek)
– Hendrik, gedoopt 17-11-1741
– Marijke, gedoopt 27-10-1743
– Johannes, gedoopt 15-5-1749 overleden 10-8-1759
We hebben hier een Klaas Hendriks met een oudste zoon Hendrik en een zoon Johannes, die overlijdt. Stel dat Sytske overlijdt, en dat Klaas opnieuw trouwt en zijn eerste zoon in het nieuwe huwelijk Johannes noemt. Deze Klaas Hendriks zou dan dezelfde Klaas Hendriks Hogeveen uit Leeuwarden kunnen zijn.
De vrouw van deze Klaas Hendriks heet Sytske. Martinus Hendriks Hogeveen is rond dezelfde tijd geboren als de kinderen van Klaas en Sytske. Sytske zou een moederfiguur voor Martinus geweest kunnen zijn, waardoor hij zijn eerste dochter Sytske noemt.

Dit alles is speculatief. Er zou een groot leeftijdsverschil zijn tussen de broers Klaas Hendriks aan de ene en Martinus en Eise Hendriks aan de andere kant. Verder lijkt er een incongruentie te zijn tussen Klaas Hendriks uit Surhuisterveen en de beroepsmilitair Klaas Hogeveen. Dit zou verder uitgezocht moeten worden. Uit de militaire stamboeken is niet zoveel te halen. De stamboeken van het Staatse leger zijn grotendeels verloren gegaan. Het is mogelijk dat Klaas Hendriks in het leger heeft gezeten en in het noorden gestationeerd is geweest (Leeuwarden of Groningen).

Tot slot nog twee inschrijvingen die het plaatje mogelijk aanvullen
In de volkstelling van 1744 in Achtkarspelen staat een Hendrik Hogeveen in een huis met 5 personen, en een Claas Hendriks, ook in een huis met 5 personen.
Claas Hendriks zou in 1710 geboren kunnen zijn als zoon van Hendrik Klazes en Trijntje Gerrits, getrouwd op 20-2-1707 in Drogeham, vlakbij Surhuisterveen.

Samenvattend, de familie uit Surhuisterveen
Hendrik Klazes en Geeske Eisses hebben drie zonen
– Klaas,
– Martinus (geboren rond 1739)
– Eise (geboren rond 1742),

Klaas zou een zoon kunnen zijn van Hendrik Klazes en Trijntje Gerrits, geboren in 1710.

Klaas Hogeveen trouwt in 1764 met Eelkje Hiddes uit Surhuisterveen. Ze wonen in Leeuwarden en krijgen zeven kinderen, waarvan 3 op jonge leeftijd overlijden:
– Janneke, gedoopt 13-4-1766
– Johannes, gedoopt 12-6-1767, overleden 6-6-1768
– Johannes, gedoopt 26-5-1769, overleden 14-2-1770
– Johannes, gedoopt 8-2-1771
– Froukje, geboren 17-3-1773, gedoopt 2-4-1773, overleden 28-4-1773
– Hidde, geboren 22-10-1774, gedoopt 4-11-1774
– Froukje, geboren 14-5-1777, gedoopt 28-5-1777

Het kan zijn dat Klaas Hendriks (Hogeveen) eerder getrouwd is geweest met Sytske Johannes uit Surhuisterveen. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen:
– Hendrik, gedoopt 17-11-1741
– Marijke, gedoopt 27-10-1743
– Johannes, gedoopt 15-5-1749 overleden 10-8-1759

Martinus Hendriks Hogeveen trouwt met Marijke Ouwes, dochter van Ouwe Jacobs en Grietje Johannes. Martinus en Marijke krijgen 7 dochters:
– Sietske Marthinus Hogeveen 82 jaar oud overleden op 12-11-1845
– Froukje Hogeveen, 45 jaar oud overleden op 20-06-1815
– Grietje Martinus Hoogeveen, 74 jaar, overleden 04-04-1844
– Geeske Martinus Hogeveen (als enige een doopinschrijving in het doopboek van Surhuisterveen van 13-12-1772) op 13-8-1858 overleden op 86 jarige leeftijd.
– Antje Martinus Hoogeveen, 64 jaar oud overleden op 21-10-1839
– Trijntje Martinus Hogeveen, 80 jaar oud overleden op 06-06-1857
– Hendrikje Hogeveen, 58 jaar oud overleden op 11-01-1838

Eise Hendriks Hogeveen trouwt met Josina (Gesina) Johannes. Josina heeft 3 kinderen uit een eerder huwelijk:
– Berent 1-10-1756,
– Tryntje 29-12-1758
– Jetske 5-7-1761.
Eise Hendriks en Josina Johannes krijgen een zoon
– Johannes Eises Hogeveen, geboren rond 1772

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Familie uit Surhuisterveen

Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Het is 31 december 1791 en turfschipper Jan Feijes gaat op bezoek bij mijn bet..bet-overgrootvader Eijse Hendriks Hogeveen. ’s Avonds wordt Jan thuisgebracht door een hem onbekende man. Volgens zijn dochter ziet Jan er morsig uit, is hij nat, dronken en bont en blauw in het gezicht. Jan slaapt vervolgens 2 etmalen, en als hij wakker wordt, ontdekt hij dat zijn geldbuidel leeg is.

Verklaring van Jan Feijes, 56 of 57 jaar oud, turfschipper, woonachtig te Berlicum, op dit moment met zijn schip vastgevroren bij Bergummerdam.
Zaterdag 31 december 1791 ging ik in de voormiddag op bezoek bij Eijse Hogeveen. Ik heb een paar dagen geleden nog met hem gerookt, en beschouw hem als een vriend. Eijse, die ik van eerdere contacten ken, had een kistje aardappelen te koop, en die wou ik meteen mee nemen. Eijse was niet thuis, en de vrouw bij wie hij logeerde, nodigde mij uit om binnen te blijven wachten. Om het wachten te veraangenamen gaf ik haar wat geld om koffie te kopen.
Nog voor het water kookte, kwam Eijse met een onbekende jongeman binnen lopen. Vervolgens kwam er een vrouw, die ik ook niet kende, en die een kopje koffie mee dronk. Eijse vertelde dat hij vlierhout had willen kopen van deze vrouw, maar dat ze het niet eens konden worden over de prijs.
Na de koffie ging de vrouw weer weg, en gingen we aan de borrel. Iedereen betaalde zijn aandeel, maar ik betaalde de eerste dikkop. Ik wil hier wel benadrukken dat er niet zoveel gedronken werd dat er iemand dronken kon worden.
Op een bepaald moment liep er een man voorbij het raam. Eijse riep hem binnen met de vraag of hij nog vlierhout wist. Ik heb verder niet opgelet, omdat vlierhout geen handel voor me is.
Tegen de avond gingen we met z’n allen eten. Alleen de man die binnen was geroepen bleef bij de haard zitten. Het viel me op dat steeds als ik mijn geldbuidel pakte om te betalen, Eijse daar opmerkingen over maakte, in de trant van “zeg oude, je hebt een goed gevulde buidel, en dan heb je straks ook nog een vrachtje turf bij de Dam”. Ik zal niet ontkennen dat het me goed is gegaan deze winter.
Na het eten namen we nog een borrel. Toen de fles bijna leeg was, en ik weg wilde gaan om nog wat koffie te kopen, gaf de vrouw bij wie Eijse logeerde, de fles aan mij en ze drong aan dat ik hem leeg zou maken, wat ik dan ook nietsvermoedend deed, tot grote vreugde van Eijse en de jongeman. Ik had niets door en ging weg om koffiebonen te kopen, maar toen begon de wereld te draaien. Ik kon nog net bij Eijse terug komen, om mijn zak aardappels te halen. Daarna weet ik niets meer.
Volgens mijn dochter ben ik ’s avonds laat door een onbekend persoon aan boord gebracht, helemaal nat en bont en blauw in het gezicht. Ik heb 2 etmalen geslapen, waarbij ik van de pijn verging. Toen ik mijn geldbuidel pakte was deze leeg. Ze hebben me gedrogeerd en bestolen.

Verklaring van Geeske Pieters, de vrouw van Roel Jans (stokersknecht) wonende te Bergum op de Nieuwstad.
Jan Feijes kwam ’s morgens rond 10 uur bij mij aan huis, terwijl ik zat te spinnen. Jan vroeg of ik al koffie had gedronken, en toen ik “ja” zei, vroeg hij of ik nog een kopje wilde. Ik moest van hem ook de weduwe van de overkant uitnodigen. Ik heb mijn meisje gestuurd om de weduwe te halen, en kort daarop kwamen ook Eijse Hogeveen en Hendrik Storm binnen. We dronken een borrel die grotendeels door Jan Feijes werd betaald. Toen de weduwe eindelijk weg ging, bleef Jan Feijes eten. Na het eten gingen we verder aan de borrel, en toen kwam ook Jan – hoe heet hij ook al weer – binnen. Jan Feijes verklaarde met tranen in zijn ogen dat hij met de weduwe wilde trouwen, koste wat kost. Ten slotte ging hij weg, met zijn aardappels onder de arm: hij wilde nog wat koffie kopen en dan naar zijn schip teruggaan. Even later kwam Jan weer terug, samen met de weduwe. Ze hadden koek, jenever en koffie bij zich en we gingen weer aan de borrel. Jan Feijes ging als eerste weg, en ik heb niet gezien of hij dronken was of dat iemand hem tot drinken had gedwongen, of dat iemand hem mishandeld had.

Verklaring van Eijse Hendriks Hogeveen, 50 of 51 jaar oud, turfschipper, getrouwd met Gesina Johannes en wonende op Surhuisterveen. Momenteel logeert hij in Bergum op de Nieuwstad bij Geeske Pieters, vrouw van Roel Jans,
Ik kwam tegen half twaalf thuis met Hendrik Sybes Storm en zag daar Jan Feijes, de weduwe van schuin tegenover en Geeske Pieters aan de borrel. We schoven aan, en ik nodigde Jan en Hendrik uit om mee te eten. Ik kan me niet herinneren of de weduwe ondertussen nog weg is geweest. Na het eten trakteerde Jan Feijes alweer op een borrel en toen heb ik hem geadviseerd om naar zijn schip te gaan. Toen ik samen met Hendrik en Jan Snaar (die er ondertussen ook bij was gekomen) weg ging, ging Jan Feijes mee, maar niet naar zijn schip, want hij moest nog koffiebonen kopen. Wij gingen ondertussen naar het klooster om een lap, een bijl en een zaag te halen, die Jan Snaar eerder had gebruikt om hout te kappen. Toen we terug kwamen zat tot onze verbazing Jan Feijes met de weduwe bij Geeske Pieters. Hij wilde niet naar huis, want hij had zin in de weduwe. Na nog een borrel ging Jan Feijes eindelijk weg. We hebben hem nog een eind op weg gebracht, want Jan Feijes was erg dronken. Jan Snaar heeft hem aan boord geholpen. Van verlies van geld of van mishandeling weet ik niets.

Verklaring van Jan Harmens, arbeider te Bergum op de Nieuwstad, oud 44 jaar.
Ik werd tegen 12 uur bij Geeske Pieters binnengeroepen. Binnen zaten Eijse Hogeveen, Hendrik Sijbes en een mij tot dan toe onbekende man, Jan Feijes, samen aan de borrel. Ik nam ook een borrel en toen het gezelschap aan tafel ging, bleef ik bij de haard zitten wachten. Na het eten werd er nog een borrel gekocht, waaraan ik mee betaalde. Toen de weduwe van Bauke Rijkles binnenkwam en bij Jan Feijes ging zitten, zei deze dat hij met de weduwe wilde trouwen. Met tranen in de ogen probeerde hij haar te overtuigen.
Tegen vijf uur gingen we weg en Jan Feijes beloofde meteen naar zijn schip te gaan, zodra hij koffiebonen had gekocht. De weduwe was toen al vertrokken.
In de veronderstelling dat hij naar huis gegaan was, gingen Hendrik, Eijse en ik naar het klooster om het gereedschap te halen dat ik voor het houtkappen gebruikt had. Hendrik ging naar huis en Eijse en ik gingen terug naar het huis van Geeske Pieters. Toen we daar kwamen zaten daar tot onze verbazing Jan Feijes en de weduwe van Bauke Rijkles aan de borrel. Tegen 10 uur ging Jan Feijes naar huis. We zagen dat hij erg dronken was, en om te zorgen dat hem onderweg niets zou overkomen, gingen we hem achterna. Jan Feijes viel onderweg en Eijse en ik hebben hem overeind geholpen en thuis afgeleverd bij zijn dochter. Ik heb geen idee wat er met het zijn geld is gebeurd.

Verklaring van Hendrik Sijbes, arbeider wonende in de Buren te Bergum, circa 33 jaar oud.
Ik kwam samen met Eijse Hogeveen tegen 10 uur bij Geeske Pieters, en zag daar Jan Feijes (mij onbekend), de weduwe van Bauke Rijkles en Geeske Pieters aan de koffie. Eijse en ik waren bij de weduwe om vlierhout te kopen toen ze door een meisje van Geeske Pieters werd uitgenodigd voor de koffie. Na de koffie trakteerde Jan Feijes op een borrel, en vervolgens trakteerden wij ook allemaal. Toen ik na de borrel naar huis wilde om te eten werd ik uitgenodigd om te blijven. De weduwe was al weg en Jan Harmens zat in de hoek bij de haard. Na het eten namen we nog een paar borrels. Tegen vijf uur gingen we samen weg en Jan Feijes verliet ons om koffiebonen te kopen. Bij de Lijkweg ging ik naar huis en Eijse en Jan Harmens gingen verder om gereedschap te halen.

Aldus verklaard voor ons
Bergum, 9 januari 1792
G. Reitsma
H. v. Sminia

Deze tekst is een bewerking van een aangifte en diverse getuigenverklaringen uit het Informatieboek van het Nevengericht van Tietjerksteradeel. De complete tekst staat op de site van het Fries archief http://www.allefriezen.nl/zoeken/deeds/1e89a12a-6aed-48e0-85f2-950caaf8f6cb?person=a2ba52d0-ea89-49c7-92fb-0cfbd82748cc

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Wybe Johannes Hoogeveen

De eerste versie van dit verhaal is gepubliceerd op 26 december 2014. Toen wist ik nog niet hoe het zat met het overlijden van Wybe. Ik ben verder gaan zoeken en heb aanwijzingen gevonden dat Wiebe in ieder geval in 1871 al niet meer leefde, en mogelijk al eerder was overleden. Hier volgt een aangepaste versie van het verhaal.

Wijbe Johannes Hoogeveen is 15 jaar als zijn vader Johannes Eises, zijn 3 jaar oudere zus Rompkje en zijn 5 jaar jongere broer Jacob overlijden; vader en zus op 29 september 1833, ‘s ochtends vroeg op het turfschip in de vaart bij Donkerbroek, broertje Jacob vijf dagen later in huis nummer 94 in Donkerbroek. De aktes van de Grietenye Ooststellingwerf vertellen niet wat er is gebeurd, maar het is aannemelijk dat het turfschip van Johannes lek raakt of in brand vliegt, en dat hij niet is staat is geweest al zijn kinderen te redden. Hij komt zelf om bij de reddingspoging.

Johannes Eises Hogeveen en zijn vrouw Trijntje Wijbes Wagenaar zijn schippers uit Surhuisterveen. Het gezin van Johannes en Trijntje bestaat in 1833 uit de volgende kinderen
• Josyna, 25 jaar
• Hendrikje, 23 jaar
• Eisse, 21 jaar
• Romkje, 18 jaar
• Wiebe, 15 jaar
• Hendrik, 13 jaar
• Jacob, 10 jaar
• Sjoukje, 4 jaar

Het is niet waarschijnlijk dat de oudste kinderen op de boot aanwezig waren. Het is zelfs de vraag of Wiebe aanwezig was. Het is goed mogelijk dat hij al een eigen baan had op een ander schip.
De oudste, Tietje, 28 jaar, is in 1830 getrouwd met Andries Jans Meyer. Er is nog een oudere zus Josyna (Joostje) geweest, die als klein kind is overleden. Net als een jonger zusje Sjoukje, die is overleden, toen Wybe 8 jaar was.

Moeder Trijntje blijft na het ongeluk in 1833 in Donkerbroek wonen, met een deel van haar kinderen.
Josyna trouwt driekwart jaar later, in 1834 met Pieter Hof en Hendrikje in 1835 met Lykle Bonstra. In mei 1838 overlijdt Eisse in een schip te Grouw.

Een paar maand eerder, in februari 1838, meldt Wijbe zich vrijwillig, voor 5 jaar bij de Nationale Militie. Hij wordt ingedeeld bij de 18e Afdeling Infanterie.
Zijn signalement in het Stamboek: lengte 1 el 6 palmen 7 duimen 4 strepen (omgerekend 167,4 m.), aangezicht ovaal, voorhoofd hoog, ogen bruin, neus ordinair, mond idem, kin rond, haar bruin, merkbare tekenen geen.
Het is bijzonder dat Wiebe zich vrijwillig aanmeldt, en niet de uitkomst van de loting afwacht. Mogelijk zag hij voor zich zelf geen toekomst als schipper of schippersknecht in Friesland.

Als eind 1839 de 18e Afdeling Infanterie wordt ontbonden, gaat Wybe over naar de 6e Afdeling Infanterie. Hij blijft daar tot 1842. Op 29 november 1842 tekent hij bij voor 6 jaar en gaat naar het 2e Regiment Zware Dragonders, met 20,- handgeld. In 1844 wordt hij bevorderd tot 1e categorie van de 2e klasse. Het gaat niet goed, want al een half jaar later, juli 1845 wordt hij teruggeplaatst in de gewone klasse van Militairen. Maar een jaar later in juni 1846 is hij weer terug in de 2e categorie van de 2e klasse.

In oktober 1846 wordt Wiebe beschuldigd van diefstal. De aanklacht luidt dat “de beklaagde, gelast om bij het Schijfschieten der Dragonders op den vijftienden october 1800 zesenveertig, nabij de stad Haarlem, de afgeschoten kogels op te zoeken, en te verantwoorden, eenige dezer kogels heeft achtergehouden en verduisterd”.

In november 1846 verschijnt hij voor de krijgsraad in Haarlem. Hij wordt vrijgesproken van diefstal, maar schuldig bevonden aan het ongeoorloofd verzamelen en verbergen van kogels op de slaapzaal. Hij wordt “ter beschikking gesteld van den commanderenden Officier van het tweede Regiment Dragonders, ten einde wegens deze overtreding disciplinair te worden gecorrigeerd”.
Wat moeten we denken van dit gedrag. Was hij het leven in het leger zat, verveelde hij zich, of was hij bezig met een illegaal handeltje oud ijzer?

Wybe gaat terug naar Friesland, naar Ooststellingwerf, waar hij in 1850 trouwt met Ida Jacobs (Ike) Belle. Als ze trouwen is Wiebe weer schippersknecht. Ze verhuizen naar Haulerwijk waar ze vier kinderen krijgen: Johannes (1850), Jacobje (1853), Hendrik (1859) en Wietske (1863). Hendrik overlijdt als baby van 6 maand.
Een jaar later, in 1851 trouwt Wiebe’s jongste zus Sjoukje met Keimpe Luitjens Veenstra, schipper van beroep. Moeder Trijntje woont bij Sjoukje en Keimpe op het schip als ze in 1852 in Harlingen overlijdt.

Ergens tussen 1859 en 1871 verdwijnt Wybe. Het is nog onduidelijk wanneer precies, maar als Johannes  op 9 september 1871 met Pietje van de Wijk uit Smilde trouwt,  staat in de huwelijksacte “de bruidegom en de moeder van den bruidegom hebben, op in onze handen afgelegde eed, verklaard dat de vader van den bruidegom in de onmogelijkheid is om zijnen wil te verklaren zijnde hij afwezig en zijne tegenwoordige tegenwoordige verblijfplaats onbekend “. Een dergelijke zin staat ook in de huwelijksacte van dochter Jacobje, die in 1872 trouwt met Joldert Willems de Vries uit Appelscha.

Ike is met haar gezin in april 1871 naar Nieuw-Amsterdam verhuisd. In het bevolkingsregister van Emmen is Ike op 18 april 1871 met haar kinderen ingeschreven als hoofd van het gezin, zonder Wiebe, en ook in het bevolkingsregister 1860-1880 van Haulerwijk is Ida Jacobs Belle per 31-12-1859 als gezinshoofd (en weduwe) vermeld.  Is Wybe Johannes Hoogeveen vóór die datum al verdwenen?

Het laatste kind van Wybe en Ike is in 1863 geboren. Dat pleit ervoor dat Wybe ergens tussen 1863 en 1871 Wybe verdwenen is. Echter, de geboorte van Wietske wordt op 23 april 1863 aangegeven door de vroedvrouw. In de akte is bij Wiebe Johannes Hoogeveen aangegeven: “arbeider aldaar thans afwezig”. Maar hij wordt nog wel erkend als vader. Hij zal dus nog leven? En ook bij de geboorte van Hendrik in 1859 is de vader afwezig. Wybe is ergens voor 1859 op reis gegaan met zijn schip en niet teruggekomen. Voor de gemeente was dat voldoende aanleiding om zijn vrouw Ida Belle per 31-12-1859 te bestempelen als weduwe in het Bevolkingsregister. Het kan natuurlijk ook zijn dat de inschrijving oorspronkelijk op 31-12-1859 gedateerd is, maar dat Ike later als weduwe is aangemerkt. Het blijven vragen.

Een andere vraag die open blijft is wie de vader van Wietske is. Als Wiebe rond 1859 verdwenen is, kan hij niet de vader zijn van Wietske.

In 1881 overlijdt Ida Jacobs Belle op 52-jarige leeftijd, in het huis van Berend Hoogenberg te Nieuw-Amsterdam.

In 1904 hertrouwt Johannes met Roelofje Bloeming, de weduwe van Meeuwis Pool.
Dochter Wietske vertrekt naar Amsterdam, waar ze in 1898 met Johann Hinrich Knutzen trouwt. Bij het huwelijk erkennen ze 2 kinderen: Gerrit Hoogeveen, geboren 1 maart 1892 en Jacobus Hoogeveen 9 maart 1895, beiden te Amsterdam. Er zijn meer kinderen geboren voor 1898. Waarom slechts 2 worden erkend door Johann Hinrich is mij nog niet duidelijk. Dit zou nog verder uitgezocht kunnen worden. In 1908 trouwt Wietske in Sloten met Jacob van Elk. Ze sterft in 1939 op 75 jarige leeftijd in Amsterdam.


Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Wybe Johannes Hoogeveen

Aaltje-moeij

In de zomer van 1805 overlijdt Aaltje-moeij Weermans, de moeder van Harm Weermans, in Noord -Barge. Ze wordt volgens het Overlijdensboek van Emmen op  4 september begraven. Ik heb me een hele tijd afgevraagd wie Aaltje was.

DTB Emmen 1805 overl. Aaltje-moeij Weermans - uitsnede

Harm Weerman is een zoon van Lambert Weerman uit Bathorn, een gehucht vlakbij Hoogstede in het graafschap Bentheim.  Volgens de Ahnenliste Weerman in  Heft 81 September 2005 van genealogie Emsland Bentheim (http://www.genealogie-emsland-bentheim.de/Heft_81_September_2005-k.pdf) heeft Lambert 2 echtgenotes gehad. Van de eerste vrouw is geen naam bekend, en zij en Lambert krijgen 4 kinderen.  In 1762 trouwt Lambert met Fenne Moeken uit Veldhausen. Lambert en Fenne krijgen 10 kinderen, waarvan Harm (Herm) de een na jongste en Aaltje de jongste. Volgens deze stamboom is Harm dus een zoon van Fenne Moeken.

Nu waren er ook twijfels in de stamboom van H. Weerman (www.hweerman.com). Daarin werd gesteld dat Fenne in 1769 is overleden. Er was een onbekende derde vrouw. Hier komt dus ruimte voor Aaltje-moeij als moeder van Harm en echtgenote van Lambert.

Het boek “Die Familien der Gemeinden Hoogstede,Bathorn,Berge,Kalle,Ringe, Scheerhorn,Tinholt (1700-1910)” van Harm Schneider gaat op pagina 322 nog verder en onderkent 3 Lamberts, geboren in 1730, 1735 en 1745. De tweede Lambert is getrouwd met Fenne Moeken. Harm Weerman is in dit boek een zoon van de derde Lambert met een onbekende vrouw. Als we deze drie Lamberts weer terug herleiden tot de ene Lambert, geboren 8-5-1730 (waarvan ook een inschrijving bestaat in het doopboek van Emlichheim), dan past dit plaatje in het beeld dat er drie echtgenotes zijn geweest.

In het Trouwboek van Wilsum vinden we de oplossing. Daar staat op 12.11.1769

“Lambert Weerman en Berend Hemmekes van Itterbecke hebben laten inschrijven ’t houwelijk tusschen: Lambert Weersman, Weduwe van Bathoorn onder Emlichheim met Eule, uit de oude Hemmekenshuis te Itterbecke omdat (zij) hier lange gedient hadden. “

In het overzicht Huwelijken Emlichheim in “Emlichheimer trauungen in den Niederlanden und in der Grafschaft Bentheim 1588 – 1810” staat “12 nov 1769 Aaltjen Lamberts oo Lambert Weerman wednaar uit Bathoorn” Hier wordt Eule dus al Aaltjen genoemd.

In het Lidmatenboek van Emlichheim staat op 1 december 1769 de inschrijving: “van Ulsen Ale Lambers, huisvrou van Lambert Weerman te Bathoorn”

Nieuwsgierig geworden zoeken we verder in Wilsum en Uelsen, en vinden dan in het Doopboek van Uelsen (via OFB Uelsen):

“Aale Lambers, geboren in Itterbeck, getauft 23.1.1752 in Uelsen. Vater Arend Lambers van Itterbeck (Zusatz Davina: Die Mutter heiszt Evertien Koning)”

Zijn Aale, Eule en Aaltje dezelfde? Gezien de plaats en patroniem ja. En het is niet onwaarschijnlijk dat deze gebieden  de uitspraak van Eule en Aale erg veel op elkaar geleken hebben.

Mijn conclusie is in ieder geval dat Aaltje Lambers de moeder was van Harm Weerman, en dat zij  op 4 september 1805 in Emmen begraven is.

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Aaltje-moeij