De schepen van de familie Hoogeveen

Deze keer geen verhaal, maar een overzicht van de schepen van de familie Hoogeveen. En dan bedoel ik natuurlijk de Hoogeveens die in mijn stamboom zitten.

25-03-1810 : Johannes Eizes Hoogeveen leent 240 Carolus Guldens voor een schip van Gosse Folkerts uit Harkema Opeinde.

Het schip: “Coffeschip lang over steeven 48 voet, wijd 10 voet 10 duim hol na advenant hier bij verkogt een mast met de wigt, een staag met twee zijdtaakels alles tot mijn volle genoegen ontvangen”

Er zijn verschillende definities van “voet”. Misschien is hier de Rijnlandse voet bedoeld, die is 31,4 cm. Een “duim”is 1/12e van een “voet”. Het schip is dan ongeveer 16,5 meters lang en 3,40 meter breed. Een klein Kofschip voor de binnenwateren?

03-10-1825 : Johannes Hogeveen huurt een schip voor 10 jaar van Ysack Abrahams van der Werf 

Het schip: “een schuiteschip, lang veertien ellen twee palmen, wijd en hol na rato, gemeten op zevenentwintig tonnen, edog zo groot en klein goed en kwaad mag wezen, zonder waarborg voor de hoegrootheid,

In 1816 wordt het “metrieke systeem” geintroduceerd in Nederland. De oude benamingen blijven bestaan maar krijgen een nieuwe waarde. Een “el” is een meter, een “palm” is een decimeter en een “duim” is een centimeter.

Het schip was dus 14,2 meter lang en breed en diep naar verhouding

18-01-1826 : Johannes Hogeveen koopt een schip voor 1000 gulden van Ysack Abrahams van der Werf 

Johannes koopt hetzelfde schip dat hij een paar maand daarvoor huurde.

 29-09-1833 : Johannes en zijn dochter Rompkje overlijden op hun schip in de vaart bij Donkerbroek. Jacob overlijdt een paar dagen later in een woning in Donkerbroek.

Wat is er gebeurd. Zo’n ramp zou kunnen betekenen dat het schip gezonken is of dat er brand was. Als dochter Josyna in juni 1834 trouwt, wonen Josyna en haar moeder de weduwe Trijntje Wagenaar weer op een schip, volgens de huwelijksakte.

11-05-1838 : Eise Hoogeveen overlijdt op een schip in Grouw. 

Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap.
Zoon van wijlen Johannes Eises Hoogeveen (en marge: ‘vader van overledene is 29/9/1833 in armoedige staat overleden’) en Trijntje Wybes Wagenaar, schippersche wonend in schip;
broer van Tietje (vrouw van Andries Jans Meyer, te Knijpe, wonend in schip),
Josina (vrouw van Pieter Rienks Hof, veenbaas Haulerwijk),
Hendrikje (vrouw van Lykele Jakobs Bonstra, veerschipper Roordahuizum)
en minderjarige Wybe, Hendrik en Sjoukje Johannes Hoogeveen.

rond 1845 kopen Trijntje Wagenaar en haar kinderen Sjoukje, Hendrik en Hendrikje het schip de Jonge Tietje. 

Ik heb hiervan geen aktes gevonden, maar het schip dat ze in 1852 verkoopt is gebouwd in 1845.

28-01-1852 : Trijntje Wiebes Wagenaar, Keimpe Veenstra (namens Sjoukje) en Hendrik Hoogeveen verkopen voor 640 gulden 103/112 gedeelte in een overdekt schip genaamd “de jonge Tietje” aan Hillebrand Harmens Hartholt 
Notaris: Klaas Tadema, te Oosterwolde

“Voor Klaas Tadema, notaris in het tweede arrondissement van de provincie Friesland, standplaats hebbende te Oosterwolde, in tegenwoordigheid van na te noemen twee getuigen, zijn verschenen Trijntje Wiebes Wagenaar, weduwe Johannes Eizes Hoogeveen, zonder bedrijf, Hendrik Johannes Hoogeveen, van ’t schippersbedrijf, en Keimpe Luitzens Veenstra, ook van ’t schippersbedrijf, als in huwelijk hebbende Sjoukje Johannes Hoogeveen, allen wonende te Donkerbroek.”

Lykele Bonstra, de weduwnaar van Hendrikje Hoogeveen, is eigenaar van 9/112 deel, en is niet aanwezig bij de verkoop.

Het Schip: “een overdekt schuiteschip, de jonge Tietje genaamd, gemeten op acht ellen en twee en zestig duimen lengte, twee ellen vijf en vijftig duimen wijdt, op een el zeventien duimen hol en overzuks geijkt op vijf en twintig tonnen. Met zeil en treil, haken en boomen, ankers en touwwerk en verdere inventaris, zodanig door de verkoopers is bevaren. ….
..
Welk schip in de Nederlanden tehuis behoort, als gebouwd op de scheepstimmerwerf te Bergum en gemeten door den scheepsmeter en ijkmeester Eisma te Leeuwarden, blijkens door hem afgegeven meetbrief van den zesden augustus achttienhonderd vijf en veertig.”

Het schip is dus in 1845 gebouwd en is 8,62 meter lang en 2,55 meter breed.

25-04-1852 : Keimpe Luitzens Veenstra wonende te Donkerbroek huurt voor 40 gulden per jaar 103/112 gedeelte in een schip genaamd de ” Jonge Tietje” voor 12 jaren van Hillebrand Harmens Hartholt 
Notaris: Klaas Tadema, te Oosterwolde

Keimpe en Sjoukje huren drie maand later het schip terug. Trijntje gaat bij hen op het schip wonen. Zwager Hendrik is borg voor Keimpe.

25-04-1852 : Hendrik Johannes Hoogeveen wonende te Donkerbroek huurt voor 60 gulden per jaar een tjalkschip de ” Jonge Jan” van Hillebrand Harmens Hartholt 

Op dezelfde dag als Keimpe de Jonge Tietje huurt, huurt Hendrik Hoogeveen een Tjalk. Een Tjalk is een Gronings scheepstype. Omdat Jantje, de vrouw van Hendrik ook Groningse is, zou het mij niet verbazen als dit het schip van de familie Drok is.
Keimpe Veenstra is borg voor Hendrik, net zoals Hendrik Borg was voor Keimpe.

Het schip: “een overdekt en gewegerd Tjalkschip, de jonge Jan genaamd, in achttien honderd vierentwintig gebouwd op de scheepstimmerwerf van Roelof Noorderwerf te Woudsend, gemeten, gemeten op veertien ellen en negen duimen lengte, twee ellen en vier en vijftig duimen wijdte en een el en acht en twintig duimen hol en overzulks geijkt op twee en dertig tonnen”

Gewegerd betekent voorzien van houten afdekking van de zijkanten en soms ook dekken, in het ruim. Voornamelijk toegepast op houten schepen en op stalen/ijzeren aardappelschepen en sommige andere schepen die ladingen vorstvrij moeten vervoeren.

Het schip is 14,9 meter lang, 2,54 breed en 1,28 diep.

04-09-1852 : Trijntje Wijbes Wagenaar overlijdt in Harlingen op het schip van Keimpe Luitzens Veenstra en Sjoukje Wiebes Hoogeveen

22-10-1863: Johannes Hoogeveen huurt de “Jonge Jan” voor een periode van 7 jaar van Hillebrand Hartholt.

Dus 4 maand voordat het oude contract afloopt en in februari 1864 overlijdt Hendrik Hoogeveen. Johannes is dan 13 jaar. Mogelijk was Hendrik al ziek?

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor De schepen van de familie Hoogeveen

Familie uit Surhuisterveen

Het naspeuren van de familiebanden voor de invoering van de burgerlijke stand in 1811 is vaak een hele puzzel: je hebt te maken met beschadigde, incomplete en verloren gegane kerkboeken. En als ze er zijn, is de informatie soms summier: “geboren Jan, zoon van Piet” of “Ontvangen voor de begrafenis van Jan zijn kind 1-3-0”. Maar het kan ook een leuke puzzel zijn. Het verbinden van allerlei kleine stukjes informatie tot een totaal plaatje. Meestal met nog wat aannames, die af en toe weer tegen het licht gehouden moeten worden.

Via de documenten uit de burgerlijke stand kon ik de tak Hoogeveen uit de familie van mijn grootvader terug volgen tot Johannes Eises Hogeveen uit Surhuisterveen.

surhuisterveen

Johannes Eises is overleden in september 1833, samen met zijn dochter Rompkje en zoontje Jacob. Volgens de overlijdensakte van 1833 is hij 61 jaar, bij de geboorte van Jacob in 1823 is hij 51 jaar, in 1826 is hij 54 jaar, en in 1829 is hij 55 jaar. Johannes is dus rond 1772 geboren, was schipper en hij woonde in Surhuisterveen. De namen van zijn ouders zijn niet terug te vinden, net zo min als een doopinschrijving, maar volgens zijn patroniem is hij de zoon van Eise, en verder draagt hij de familienaam Hogeveen.

In een Memorie van Successie (de afwikkeling van een erfenis) van Vroukje Nannes uit 1823 komen we Johannes Eizes Hoogeveen tegen als halfbroer van Jitske en Trijntje Tiensma. Gezien de verschillende achternamen, is de moeder de gemeenschappelijke ouder. Jitske en Trijntje zijn de kinderen van Josina Johannes en Matijs Tiensma, getrouwd in 1755. En zo komen we bij de volgende stap.

In een proces verbaal van het Nevengerecht van Tietjerksteradeel uit 1792 lezen we een verhaal waarin “Eyse Hendriks Hogeveen, turfschipper, oud 50 à 51 jaar, wonende te Surhuisterveen, getrouwd aan Gesina Johannes” voor komt.
De eerste puzzelstukjes vallen op hun plaats: Johannes Eises Hogeveen is een zoon van Eyse Hendriks Hogeveen en Gesina (Josina) Johannes. Eyse Hendriks Hogeveen is rond 1742 geboren, waarschijnlijk in Surhuisterveen, en zijn vader heet natuurlijk Hendrik.

Josina Johannes is in 1755 getrouwd met Matijs Tiensma. Er zijn 3 kinderen terug te vinden in de doopboeken: Berent 1-10-1756, Tryntje 29-12-1758 en Jetske 5-7-1761. Het lijkt waarschijnlijk dat Josina op 17-7-1729 gedoopt is in Surhuisterveen, als dochter van Johannes Wiits en Ietske Dirks. Haar huwelijk met Eise Hendriks zal na 1761 hebben plaatsgevonden. Ze is zo’n 13 jaar ouder dan Eise.

In 1819 overlijdt Martinus Hendriks Hogeveen, schipper uit Surhuisterveen, op ongeveer 80 jarige leeftijd. Zijn ouders zijn – volgens de akte – Hendrik Klazes Hogeveen en Geeske Eisses. Hij was getrouwd met Maaike Ouwes. Martinus is dus rond 1739 geboren, als zoon van Hendrik Klazes (Hogeveen) en Geeske Eisses. Dat maakt het waarschijnlijk dat – als hij broers heeft – zijn broers Klaas Hendriks (Hogeveen) en Eisse Hendriks (Hogeveen) zullen heten. Eisse Hendriks Hogeveen hebben we al gevonden. Nu Klaas nog.

In de trouwboeken van Leeuwarden en Groningen komen we in 1764 het huwelijk tegen van Claes Hogeveen en Eelkje Hiddes uit Surhuisterveen. In het trouwboek van Leeuwarden staat dat Claas in Groningen woont, en in het trouwboek van Groningen staat dat Claes uit Surhuisterveen komt. Claas is een ruiter in de compagnie van de major Joost/Jean le Boullenger in het Eskadron Orange Friesland.
Hiermee lijken we dus ook Klaas (Claas, Claes) gevonden te hebben. Claas en Eelkje wonen in Leeuwarden, waar Claas geen gebruik maakt van een patroniem, op één uitzondering na. In 1777 wordt Froukje gedoopt, de dochter van Claas Hendriks en Eelkje Hiddes. Claas Hogeveen heet dus ook Claas Hendriks. Claas overlijdt in 1803 in Leeuwarden, in het Ruiterquartier.

Eise overlijdt in 1804, ook in Leeuwarden. Dat laatste was in eerste instantie wat vreemd, maar volgens het begraafboek komt hij van het Schavernek in Leeuwarden, een gracht. Een schipper sterft natuurlijk op het water, altijd onderweg. Hij is van Stadswege begraven.

We hebben nu Hendrik Klazes en Geeske Eisses en drie broers: Klaas, Martinus (geboren rond 1739) en Eise (geboren rond 1742), wonend in Surhuisterveen. Martinus en Eise zijn schipper en Klaas is/was ruiter in het Staatse leger. Alleen van Martinus staat vast – in zijn overlijdensacte – dat hij de zoon is van Hendrik en Geeske. Er zijn (nog) geen doopinschrijvingen gevonden van kinderen van Hendrik en Geeske, net zomin als een huwelijksinschrijving van Hendrik en Geeske.

Omdat de namen van de kinderen vaak aanwijzingen bevatten over de namen van de grootouders, gaan we de kinderen eens inventariseren.

Van Claas Hendriks Hogeveen en Eelkje Hiddes komen we de volgende kinderen tegen
– Janneke, gedoopt 13-4-1766
– Johannes, gedoopt 12-6-1767, overleden 6-6-1768
– Johannes, gedoopt 26-5-1769, overleden 14-2-1770
– Johannes, gedoopt 8-2-1771
– Froukje, geboren 17-3-1773, gedoopt 2-4-1773, overleden 28-4-1773
– Hidde, geboren 22-10-1774, gedoopt 4-11-1774
– Froukje, geboren 14-5-1777, gedoopt 28-5-1777

Wat opvalt, is dat de naam Hendrik niet voor komt en dat er drie keer Johannes wordt vernoemd, voordat Hidde – de vader van Eelkje – wordt vernoemd. Naar wie is Johannes vernoemd? Het lijkt er op dat Claas al eerder getrouwd is geweest en dat hij al een zoon heeft met de naam Hendrik.

Van Eise Hendriks Hogeveen en Josina Johannes kennen we één kind
– Johannes Eisses Hogeveen, geboren rond 1772 en overleden in 1833
Waarschijnlijk is dit ook het enige kind, omdat er in het testament uit 1823 sprake is van één halfbroer. Het is natuurlijk mogelijk dat Eise Hendriks kinderen heeft uit een eerder huwelijk.

In de begraafboeken van Leeuwarden komen we nog wel tegen “18-9-1801 Begraven op het Oldehoofsterkerkhof twee kinderen van Eise Hendriks” maar gezien de leeftijd van Josina Johannes in 1801 (rond de 70), moet dit een andere Eise Hendriks zijn.

Van Martinus Hendriks Hogeveen en Marijke Ouwes kennen we de volgende kinderen via de aktes uit de burgerlijke stand.
– Sietske Marthinus Hogeveen 82 jaar oud overleden op 12-11-1845
– Froukje Hogeveen, 45 jaar oud overleden op 20-06-1815
– Grietje Martinus Hoogeveen, 74 jaar, overleden 04-04-1844
– Geeske Martinus Hogeveen (als enige een doopinschrijving in het doopboek van Surhuisterveen van 13-12-1772) op 13-8-1858 overleden op 86 jarige leeftijd.
– Antje Martinus Hoogeveen, 64 jaar oud overleden op 21-10-1839
– Trijntje Martinus Hogeveen, 80 jaar oud overleden op 06-06-1857
– Hendrikje Hogeveen, 58 jaar oud overleden op 11-01-1838

Slechts één kind (Geeske) staat in het doopboek van Surhuisterveen. De andere kinderen kennen we via de overlijdensaktes en geboorteaktes van hun kinderen.
Wat opvalt bij de kinderen van Martinus en Marijke is dat pas het vierde kind vernoemd is naar de moeder van Martinus (Geeske). De ouders van Marijke heetten Ouwe en Grietje. Ouwe is niet vernoemd (allemaal dochters) en de derde dochter heet Grietje. Dan komt dus de vraag naar wie de eerste twee dochters van Martinus en Marijke zijn vernoemd. De naam Froukje zal ergens in de familie Hogeveen zitten omdat ook Klaas Hogeveen een dochter Froukje heeft.

Een mogelijke theorie voor de naam Sietske is de volgende.

Er is een echtpaar in Surhuisterveen met de naam Klaas Hendriks en Sytske Johannes. Zij krijgen drie kinderen (er staan drie kinderen in het doopboek)
– Hendrik, gedoopt 17-11-1741
– Marijke, gedoopt 27-10-1743
– Johannes, gedoopt 15-5-1749 overleden 10-8-1759
We hebben hier een Klaas Hendriks met een oudste zoon Hendrik en een zoon Johannes, die overlijdt. Stel dat Sytske overlijdt, en dat Klaas opnieuw trouwt en zijn eerste zoon in het nieuwe huwelijk Johannes noemt. Deze Klaas Hendriks zou dan dezelfde Klaas Hendriks Hogeveen uit Leeuwarden kunnen zijn.
De vrouw van deze Klaas Hendriks heet Sytske. Martinus Hendriks Hogeveen is rond dezelfde tijd geboren als de kinderen van Klaas en Sytske. Sytske zou een moederfiguur voor Martinus geweest kunnen zijn, waardoor hij zijn eerste dochter Sytske noemt.

Dit alles is speculatief. Er zou een groot leeftijdsverschil zijn tussen de broers Klaas Hendriks aan de ene en Martinus en Eise Hendriks aan de andere kant. Verder lijkt er een incongruentie te zijn tussen Klaas Hendriks uit Surhuisterveen en de beroepsmilitair Klaas Hogeveen. Dit zou verder uitgezocht moeten worden. Uit de militaire stamboeken is niet zoveel te halen. De stamboeken van het Staatse leger zijn grotendeels verloren gegaan. Het is mogelijk dat Klaas Hendriks in het leger heeft gezeten en in het noorden gestationeerd is geweest (Leeuwarden of Groningen).

Tot slot nog twee inschrijvingen die het plaatje mogelijk aanvullen
In de volkstelling van 1744 in Achtkarspelen staat een Hendrik Hogeveen in een huis met 5 personen, en een Claas Hendriks, ook in een huis met 5 personen.
Claas Hendriks zou in 1710 geboren kunnen zijn als zoon van Hendrik Klazes en Trijntje Gerrits, getrouwd op 20-2-1707 in Drogeham, vlakbij Surhuisterveen.

Samenvattend, de familie uit Surhuisterveen
Hendrik Klazes en Geeske Eisses hebben drie zonen
– Klaas,
– Martinus (geboren rond 1739)
– Eise (geboren rond 1742),

Klaas zou een zoon kunnen zijn van Hendrik Klazes en Trijntje Gerrits, geboren in 1710.

Klaas Hogeveen trouwt in 1764 met Eelkje Hiddes uit Surhuisterveen. Ze wonen in Leeuwarden en krijgen zeven kinderen, waarvan 3 op jonge leeftijd overlijden:
– Janneke, gedoopt 13-4-1766
– Johannes, gedoopt 12-6-1767, overleden 6-6-1768
– Johannes, gedoopt 26-5-1769, overleden 14-2-1770
– Johannes, gedoopt 8-2-1771
– Froukje, geboren 17-3-1773, gedoopt 2-4-1773, overleden 28-4-1773
– Hidde, geboren 22-10-1774, gedoopt 4-11-1774
– Froukje, geboren 14-5-1777, gedoopt 28-5-1777

Het kan zijn dat Klaas Hendriks (Hogeveen) eerder getrouwd is geweest met Sytske Johannes uit Surhuisterveen. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen:
– Hendrik, gedoopt 17-11-1741
– Marijke, gedoopt 27-10-1743
– Johannes, gedoopt 15-5-1749 overleden 10-8-1759

Martinus Hendriks Hogeveen trouwt met Marijke Ouwes, dochter van Ouwe Jacobs en Grietje Johannes. Martinus en Marijke krijgen 7 dochters:
– Sietske Marthinus Hogeveen 82 jaar oud overleden op 12-11-1845
– Froukje Hogeveen, 45 jaar oud overleden op 20-06-1815
– Grietje Martinus Hoogeveen, 74 jaar, overleden 04-04-1844
– Geeske Martinus Hogeveen (als enige een doopinschrijving in het doopboek van Surhuisterveen van 13-12-1772) op 13-8-1858 overleden op 86 jarige leeftijd.
– Antje Martinus Hoogeveen, 64 jaar oud overleden op 21-10-1839
– Trijntje Martinus Hogeveen, 80 jaar oud overleden op 06-06-1857
– Hendrikje Hogeveen, 58 jaar oud overleden op 11-01-1838

Eise Hendriks Hogeveen trouwt met Josina (Gesina) Johannes. Josina heeft 3 kinderen uit een eerder huwelijk:
– Berent 1-10-1756,
– Tryntje 29-12-1758
– Jetske 5-7-1761.
Eise Hendriks en Josina Johannes krijgen een zoon
– Johannes Eises Hogeveen, geboren rond 1772

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Familie uit Surhuisterveen

Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Het is 31 december 1791 en turfschipper Jan Feijes gaat op bezoek bij mijn bet..bet-overgrootvader Eijse Hendriks Hogeveen. ’s Avonds wordt Jan thuisgebracht door een hem onbekende man. Volgens zijn dochter ziet Jan er morsig uit, is hij nat, dronken en bont en blauw in het gezicht. Jan slaapt vervolgens 2 etmalen, en als hij wakker wordt, ontdekt hij dat zijn geldbuidel leeg is.

Verklaring van Jan Feijes, 56 of 57 jaar oud, turfschipper, woonachtig te Berlicum, op dit moment met zijn schip vastgevroren bij Bergummerdam.
Zaterdag 31 december 1791 ging ik in de voormiddag op bezoek bij Eijse Hogeveen. Ik heb een paar dagen geleden nog met hem gerookt, en beschouw hem als een vriend. Eijse, die ik van eerdere contacten ken, had een kistje aardappelen te koop, en die wou ik meteen mee nemen. Eijse was niet thuis, en de vrouw bij wie hij logeerde, nodigde mij uit om binnen te blijven wachten. Om het wachten te veraangenamen gaf ik haar wat geld om koffie te kopen.
Nog voor het water kookte, kwam Eijse met een onbekende jongeman binnen lopen. Vervolgens kwam er een vrouw, die ik ook niet kende, en die een kopje koffie mee dronk. Eijse vertelde dat hij vlierhout had willen kopen van deze vrouw, maar dat ze het niet eens konden worden over de prijs.
Na de koffie ging de vrouw weer weg, en gingen we aan de borrel. Iedereen betaalde zijn aandeel, maar ik betaalde de eerste dikkop. Ik wil hier wel benadrukken dat er niet zoveel gedronken werd dat er iemand dronken kon worden.
Op een bepaald moment liep er een man voorbij het raam. Eijse riep hem binnen met de vraag of hij nog vlierhout wist. Ik heb verder niet opgelet, omdat vlierhout geen handel voor me is.
Tegen de avond gingen we met z’n allen eten. Alleen de man die binnen was geroepen bleef bij de haard zitten. Het viel me op dat steeds als ik mijn geldbuidel pakte om te betalen, Eijse daar opmerkingen over maakte, in de trant van “zeg oude, je hebt een goed gevulde buidel, en dan heb je straks ook nog een vrachtje turf bij de Dam”. Ik zal niet ontkennen dat het me goed is gegaan deze winter.
Na het eten namen we nog een borrel. Toen de fles bijna leeg was, en ik weg wilde gaan om nog wat koffie te kopen, gaf de vrouw bij wie Eijse logeerde, de fles aan mij en ze drong aan dat ik hem leeg zou maken, wat ik dan ook nietsvermoedend deed, tot grote vreugde van Eijse en de jongeman. Ik had niets door en ging weg om koffiebonen te kopen, maar toen begon de wereld te draaien. Ik kon nog net bij Eijse terug komen, om mijn zak aardappels te halen. Daarna weet ik niets meer.
Volgens mijn dochter ben ik ’s avonds laat door een onbekend persoon aan boord gebracht, helemaal nat en bont en blauw in het gezicht. Ik heb 2 etmalen geslapen, waarbij ik van de pijn verging. Toen ik mijn geldbuidel pakte was deze leeg. Ze hebben me gedrogeerd en bestolen.

Verklaring van Geeske Pieters, de vrouw van Roel Jans (stokersknecht) wonende te Bergum op de Nieuwstad.
Jan Feijes kwam ’s morgens rond 10 uur bij mij aan huis, terwijl ik zat te spinnen. Jan vroeg of ik al koffie had gedronken, en toen ik “ja” zei, vroeg hij of ik nog een kopje wilde. Ik moest van hem ook de weduwe van de overkant uitnodigen. Ik heb mijn meisje gestuurd om de weduwe te halen, en kort daarop kwamen ook Eijse Hogeveen en Hendrik Storm binnen. We dronken een borrel die grotendeels door Jan Feijes werd betaald. Toen de weduwe eindelijk weg ging, bleef Jan Feijes eten. Na het eten gingen we verder aan de borrel, en toen kwam ook Jan – hoe heet hij ook al weer – binnen. Jan Feijes verklaarde met tranen in zijn ogen dat hij met de weduwe wilde trouwen, koste wat kost. Ten slotte ging hij weg, met zijn aardappels onder de arm: hij wilde nog wat koffie kopen en dan naar zijn schip teruggaan. Even later kwam Jan weer terug, samen met de weduwe. Ze hadden koek, jenever en koffie bij zich en we gingen weer aan de borrel. Jan Feijes ging als eerste weg, en ik heb niet gezien of hij dronken was of dat iemand hem tot drinken had gedwongen, of dat iemand hem mishandeld had.

Verklaring van Eijse Hendriks Hogeveen, 50 of 51 jaar oud, turfschipper, getrouwd met Gesina Johannes en wonende op Surhuisterveen. Momenteel logeert hij in Bergum op de Nieuwstad bij Geeske Pieters, vrouw van Roel Jans,
Ik kwam tegen half twaalf thuis met Hendrik Sybes Storm en zag daar Jan Feijes, de weduwe van schuin tegenover en Geeske Pieters aan de borrel. We schoven aan, en ik nodigde Jan en Hendrik uit om mee te eten. Ik kan me niet herinneren of de weduwe ondertussen nog weg is geweest. Na het eten trakteerde Jan Feijes alweer op een borrel en toen heb ik hem geadviseerd om naar zijn schip te gaan. Toen ik samen met Hendrik en Jan Snaar (die er ondertussen ook bij was gekomen) weg ging, ging Jan Feijes mee, maar niet naar zijn schip, want hij moest nog koffiebonen kopen. Wij gingen ondertussen naar het klooster om een lap, een bijl en een zaag te halen, die Jan Snaar eerder had gebruikt om hout te kappen. Toen we terug kwamen zat tot onze verbazing Jan Feijes met de weduwe bij Geeske Pieters. Hij wilde niet naar huis, want hij had zin in de weduwe. Na nog een borrel ging Jan Feijes eindelijk weg. We hebben hem nog een eind op weg gebracht, want Jan Feijes was erg dronken. Jan Snaar heeft hem aan boord geholpen. Van verlies van geld of van mishandeling weet ik niets.

Verklaring van Jan Harmens, arbeider te Bergum op de Nieuwstad, oud 44 jaar.
Ik werd tegen 12 uur bij Geeske Pieters binnengeroepen. Binnen zaten Eijse Hogeveen, Hendrik Sijbes en een mij tot dan toe onbekende man, Jan Feijes, samen aan de borrel. Ik nam ook een borrel en toen het gezelschap aan tafel ging, bleef ik bij de haard zitten wachten. Na het eten werd er nog een borrel gekocht, waaraan ik mee betaalde. Toen de weduwe van Bauke Rijkles binnenkwam en bij Jan Feijes ging zitten, zei deze dat hij met de weduwe wilde trouwen. Met tranen in de ogen probeerde hij haar te overtuigen.
Tegen vijf uur gingen we weg en Jan Feijes beloofde meteen naar zijn schip te gaan, zodra hij koffiebonen had gekocht. De weduwe was toen al vertrokken.
In de veronderstelling dat hij naar huis gegaan was, gingen Hendrik, Eijse en ik naar het klooster om het gereedschap te halen dat ik voor het houtkappen gebruikt had. Hendrik ging naar huis en Eijse en ik gingen terug naar het huis van Geeske Pieters. Toen we daar kwamen zaten daar tot onze verbazing Jan Feijes en de weduwe van Bauke Rijkles aan de borrel. Tegen 10 uur ging Jan Feijes naar huis. We zagen dat hij erg dronken was, en om te zorgen dat hem onderweg niets zou overkomen, gingen we hem achterna. Jan Feijes viel onderweg en Eijse en ik hebben hem overeind geholpen en thuis afgeleverd bij zijn dochter. Ik heb geen idee wat er met het zijn geld is gebeurd.

Verklaring van Hendrik Sijbes, arbeider wonende in de Buren te Bergum, circa 33 jaar oud.
Ik kwam samen met Eijse Hogeveen tegen 10 uur bij Geeske Pieters, en zag daar Jan Feijes (mij onbekend), de weduwe van Bauke Rijkles en Geeske Pieters aan de koffie. Eijse en ik waren bij de weduwe om vlierhout te kopen toen ze door een meisje van Geeske Pieters werd uitgenodigd voor de koffie. Na de koffie trakteerde Jan Feijes op een borrel, en vervolgens trakteerden wij ook allemaal. Toen ik na de borrel naar huis wilde om te eten werd ik uitgenodigd om te blijven. De weduwe was al weg en Jan Harmens zat in de hoek bij de haard. Na het eten namen we nog een paar borrels. Tegen vijf uur gingen we samen weg en Jan Feijes verliet ons om koffiebonen te kopen. Bij de Lijkweg ging ik naar huis en Eijse en Jan Harmens gingen verder om gereedschap te halen.

Aldus verklaard voor ons
Bergum, 9 januari 1792
G. Reitsma
H. v. Sminia

Deze tekst is een bewerking van een aangifte en diverse getuigenverklaringen uit het Informatieboek van het Nevengericht van Tietjerksteradeel. De complete tekst staat op de site van het Fries archief http://www.allefriezen.nl/zoeken/deeds/1e89a12a-6aed-48e0-85f2-950caaf8f6cb?person=a2ba52d0-ea89-49c7-92fb-0cfbd82748cc

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Wybe Johannes Hoogeveen

De eerste versie van dit verhaal is gepubliceerd op 26 december 2014. Toen wist ik nog niet hoe het zat met het overlijden van Wybe. Ik ben verder gaan zoeken en heb aanwijzingen gevonden dat Wiebe in ieder geval in 1871 al niet meer leefde, en mogelijk al eerder was overleden. Hier volgt een aangepaste versie van het verhaal.

Wijbe Johannes Hoogeveen is 15 jaar als zijn vader Johannes Eises, zijn 3 jaar oudere zus Rompkje en zijn 5 jaar jongere broer Jacob overlijden; vader en zus op 29 september 1833, ‘s ochtends vroeg op het turfschip in de vaart bij Donkerbroek, broertje Jacob vijf dagen later in huis nummer 94 in Donkerbroek. De aktes van de Grietenye Ooststellingwerf vertellen niet wat er is gebeurd, maar het is aannemelijk dat het turfschip van Johannes lek raakt of in brand vliegt, en dat hij niet is staat is geweest al zijn kinderen te redden. Hij komt zelf om bij de reddingspoging.

Johannes Eises Hogeveen en zijn vrouw Trijntje Wijbes Wagenaar zijn schippers uit Surhuisterveen. Het gezin van Johannes en Trijntje bestaat in 1833 uit de volgende kinderen
• Josyna, 25 jaar
• Hendrikje, 23 jaar
• Eisse, 21 jaar
• Romkje, 18 jaar
• Wiebe, 15 jaar
• Hendrik, 13 jaar
• Jacob, 10 jaar
• Sjoukje, 4 jaar

Het is niet waarschijnlijk dat de oudste kinderen op de boot aanwezig waren. Het is zelfs de vraag of Wiebe aanwezig was. Het is goed mogelijk dat hij al een eigen baan had op een ander schip.
De oudste, Tietje, 28 jaar, is in 1830 getrouwd met Andries Jans Meyer. Er is nog een oudere zus Josyna (Joostje) geweest, die als klein kind is overleden. Net als een jonger zusje Sjoukje, die is overleden, toen Wybe 8 jaar was.

Moeder Trijntje blijft na het ongeluk in 1833 in Donkerbroek wonen, met een deel van haar kinderen.
Josyna trouwt driekwart jaar later, in 1834 met Pieter Hof en Hendrikje in 1835 met Lykle Bonstra. In mei 1838 overlijdt Eisse in een schip te Grouw.

Een paar maand eerder, in februari 1838, meldt Wijbe zich vrijwillig, voor 5 jaar bij de Nationale Militie. Hij wordt ingedeeld bij de 18e Afdeling Infanterie.
Zijn signalement in het Stamboek: lengte 1 el 6 palmen 7 duimen 4 strepen (omgerekend 167,4 m.), aangezicht ovaal, voorhoofd hoog, ogen bruin, neus ordinair, mond idem, kin rond, haar bruin, merkbare tekenen geen.
Het is bijzonder dat Wiebe zich vrijwillig aanmeldt, en niet de uitkomst van de loting afwacht. Mogelijk zag hij voor zich zelf geen toekomst als schipper of schippersknecht in Friesland.

Als eind 1839 de 18e Afdeling Infanterie wordt ontbonden, gaat Wybe over naar de 6e Afdeling Infanterie. Hij blijft daar tot 1842. Op 29 november 1842 tekent hij bij voor 6 jaar en gaat naar het 2e Regiment Zware Dragonders, met 20,- handgeld. In 1844 wordt hij bevorderd tot 1e categorie van de 2e klasse. Het gaat niet goed, want al een half jaar later, juli 1845 wordt hij teruggeplaatst in de gewone klasse van Militairen. Maar een jaar later in juni 1846 is hij weer terug in de 2e categorie van de 2e klasse.

In oktober 1846 wordt Wiebe beschuldigd van diefstal. De aanklacht luidt dat “de beklaagde, gelast om bij het Schijfschieten der Dragonders op den vijftienden october 1800 zesenveertig, nabij de stad Haarlem, de afgeschoten kogels op te zoeken, en te verantwoorden, eenige dezer kogels heeft achtergehouden en verduisterd”.

In november 1846 verschijnt hij voor de krijgsraad in Haarlem. Hij wordt vrijgesproken van diefstal, maar schuldig bevonden aan het ongeoorloofd verzamelen en verbergen van kogels op de slaapzaal. Hij wordt “ter beschikking gesteld van den commanderenden Officier van het tweede Regiment Dragonders, ten einde wegens deze overtreding disciplinair te worden gecorrigeerd”.
Wat moeten we denken van dit gedrag. Was hij het leven in het leger zat, verveelde hij zich, of was hij bezig met een illegaal handeltje oud ijzer?

Wybe gaat terug naar Friesland, naar Ooststellingwerf, waar hij in 1850 trouwt met Ida Jacobs (Ike) Belle. Als ze trouwen is Wiebe weer schippersknecht. Ze verhuizen naar Haulerwijk waar ze vier kinderen krijgen: Johannes (1850), Jacobje (1853), Hendrik (1859) en Wietske (1863). Hendrik overlijdt als baby van 6 maand.
Een jaar later, in 1851 trouwt Wiebe’s jongste zus Sjoukje met Keimpe Luitjens Veenstra, schipper van beroep. Moeder Trijntje woont bij Sjoukje en Keimpe op het schip als ze in 1852 in Harlingen overlijdt.

Ergens tussen 1859 en 1871 verdwijnt Wybe. Het is nog onduidelijk wanneer precies, maar als Johannes  op 9 september 1871 met Pietje van de Wijk uit Smilde trouwt,  staat in de huwelijksacte “de bruidegom en de moeder van den bruidegom hebben, op in onze handen afgelegde eed, verklaard dat de vader van den bruidegom in de onmogelijkheid is om zijnen wil te verklaren zijnde hij afwezig en zijne tegenwoordige tegenwoordige verblijfplaats onbekend “. Een dergelijke zin staat ook in de huwelijksacte van dochter Jacobje, die in 1872 trouwt met Joldert Willems de Vries uit Appelscha.

Ike is met haar gezin in april 1871 naar Nieuw-Amsterdam verhuisd. In het bevolkingsregister van Emmen is Ike op 18 april 1871 met haar kinderen ingeschreven als hoofd van het gezin, zonder Wiebe, en ook in het bevolkingsregister 1860-1880 van Haulerwijk is Ida Jacobs Belle per 31-12-1859 als gezinshoofd (en weduwe) vermeld.  Is Wybe Johannes Hoogeveen vóór die datum al verdwenen?

Het laatste kind van Wybe en Ike is in 1863 geboren. Dat pleit ervoor dat Wybe ergens tussen 1863 en 1871 Wybe verdwenen is. Echter, de geboorte van Wietske wordt op 23 april 1863 aangegeven door de vroedvrouw. In de akte is bij Wiebe Johannes Hoogeveen aangegeven: “arbeider aldaar thans afwezig”. Maar hij wordt nog wel erkend als vader. Hij zal dus nog leven? En ook bij de geboorte van Hendrik in 1859 is de vader afwezig. Wybe is ergens voor 1859 op reis gegaan met zijn schip en niet teruggekomen. Voor de gemeente was dat voldoende aanleiding om zijn vrouw Ida Belle per 31-12-1859 te bestempelen als weduwe in het Bevolkingsregister. Het kan natuurlijk ook zijn dat de inschrijving oorspronkelijk op 31-12-1859 gedateerd is, maar dat Ike later als weduwe is aangemerkt. Het blijven vragen.

Een andere vraag die open blijft is wie de vader van Wietske is. Als Wiebe rond 1859 verdwenen is, kan hij niet de vader zijn van Wietske.

In 1881 overlijdt Ida Jacobs Belle op 52-jarige leeftijd, in het huis van Berend Hoogenberg te Nieuw-Amsterdam.

In 1904 hertrouwt Johannes met Roelofje Bloeming, de weduwe van Meeuwis Pool.
Dochter Wietske vertrekt naar Amsterdam, waar ze in 1898 met Johann Hinrich Knutzen trouwt. Bij het huwelijk erkennen ze 2 kinderen: Gerrit Hoogeveen, geboren 1 maart 1892 en Jacobus Hoogeveen 9 maart 1895, beiden te Amsterdam. Er zijn meer kinderen geboren voor 1898. Waarom slechts 2 worden erkend door Johann Hinrich is mij nog niet duidelijk. Dit zou nog verder uitgezocht kunnen worden. In 1908 trouwt Wietske in Sloten met Jacob van Elk. Ze sterft in 1939 op 75 jarige leeftijd in Amsterdam.


Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Wybe Johannes Hoogeveen

Aaltje-moeij

In de zomer van 1805 overlijdt Aaltje-moeij Weermans, de moeder van Harm Weermans, in Noord -Barge. Ze wordt volgens het Overlijdensboek van Emmen op  4 september begraven. Ik heb me een hele tijd afgevraagd wie Aaltje was.

DTB Emmen 1805 overl. Aaltje-moeij Weermans - uitsnede

Harm Weerman is een zoon van Lambert Weerman uit Bathorn, een gehucht vlakbij Hoogstede in het graafschap Bentheim.  Volgens de Ahnenliste Weerman in  Heft 81 September 2005 van genealogie Emsland Bentheim (http://www.genealogie-emsland-bentheim.de/Heft_81_September_2005-k.pdf) heeft Lambert 2 echtgenotes gehad. Van de eerste vrouw is geen naam bekend, en zij en Lambert krijgen 4 kinderen.  In 1762 trouwt Lambert met Fenne Moeken uit Veldhausen. Lambert en Fenne krijgen 10 kinderen, waarvan Harm (Herm) de een na jongste en Aaltje de jongste. Volgens deze stamboom is Harm dus een zoon van Fenne Moeken.

Nu waren er ook twijfels in de stamboom van H. Weerman (www.hweerman.com). Daarin werd gesteld dat Fenne in 1769 is overleden. Er was een onbekende derde vrouw. Hier komt dus ruimte voor Aaltje-moeij als moeder van Harm en echtgenote van Lambert.

Het boek “Die Familien der Gemeinden Hoogstede,Bathorn,Berge,Kalle,Ringe, Scheerhorn,Tinholt (1700-1910)” van Harm Schneider gaat op pagina 322 nog verder en onderkent 3 Lamberts, geboren in 1730, 1735 en 1745. De tweede Lambert is getrouwd met Fenne Moeken. Harm Weerman is in dit boek een zoon van de derde Lambert met een onbekende vrouw. Als we deze drie Lamberts weer terug herleiden tot de ene Lambert, geboren 8-5-1730 (waarvan ook een inschrijving bestaat in het doopboek van Emlichheim), dan past dit plaatje in het beeld dat er drie echtgenotes zijn geweest.

In het Trouwboek van Wilsum vinden we de oplossing. Daar staat op 12.11.1769

“Lambert Weerman en Berend Hemmekes van Itterbecke hebben laten inschrijven ’t houwelijk tusschen: Lambert Weersman, Weduwe van Bathoorn onder Emlichheim met Eule, uit de oude Hemmekenshuis te Itterbecke omdat (zij) hier lange gedient hadden. “

In het overzicht Huwelijken Emlichheim in “Emlichheimer trauungen in den Niederlanden und in der Grafschaft Bentheim 1588 – 1810” staat “12 nov 1769 Aaltjen Lamberts oo Lambert Weerman wednaar uit Bathoorn” Hier wordt Eule dus al Aaltjen genoemd.

In het Lidmatenboek van Emlichheim staat op 1 december 1769 de inschrijving: “van Ulsen Ale Lambers, huisvrou van Lambert Weerman te Bathoorn”

Nieuwsgierig geworden zoeken we verder in Wilsum en Uelsen, en vinden dan in het Doopboek van Uelsen (via OFB Uelsen):

“Aale Lambers, geboren in Itterbeck, getauft 23.1.1752 in Uelsen. Vater Arend Lambers van Itterbeck (Zusatz Davina: Die Mutter heiszt Evertien Koning)”

Zijn Aale, Eule en Aaltje dezelfde? Gezien de plaats en patroniem ja. En het is niet onwaarschijnlijk dat deze gebieden  de uitspraak van Eule en Aale erg veel op elkaar geleken hebben.

Mijn conclusie is in ieder geval dat Aaltje Lambers de moeder was van Harm Weerman, en dat zij  op 4 september 1805 in Emmen begraven is.

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Aaltje-moeij

Op zoek naar Hillegien

Ik ben afgelopen zaterdagmorgen op zoek gegaan naar de geboorte en het overlijden van Hillegien Jannes de Vries. Haar naam duikt op in de akte van nalatenschap van Jannes Eisen de Vries, een van mijn verre betbetbetovergrootvaders. Er zal nog wel een “bet” ontbreken. Jannes Eisen de Vries overleed in 1826 en liet een huis en wat land na aan de vaart in Smilde. Dit werd overgedragen aan zijn twee kinderen Eise en Hillegien.

Eise Jannes had ik al in beeld, maar Hillegien was nieuw. Nu is Hillegien door de grote tijdsafstand nog nauwelijks familie te noemen, maar ik vind dit soort zijsporen toch wel boeiend om uit te zoeken. Ze zal ergens begin 1800 geboren zijn en ergens in de loop van de 19e eeuw overleden. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn om uit te zoeken.
Al snel vind ik in Drenlias de eerste sporen van een mogelijke Hillegien. Een geboorteakte van Lambert Everts uit 1821. De moeder is Hillegien Jannes de Vries en de vader is Marten Everts. Wat verder zoekend op deze combinatie levert nog een paar geboortes op: Marten in 1818 en een dochter Anna in 1824. Omdat in de aktes ook de leeftijd staat van Hillegien moet haar geboorte in 1789 of 1790 geweest zijn.

Zoeken in het doopboek van Kloosterveen levert niets op. Dan maar zoeken naar een overlijdensakte. Ook dat levert in eerste instantie niets op. Dan maar zoeken op de combinatie Marten en Hillegien. Uiteindelijk kom ik bij een overlijdensakte uit Sleen terecht van Hillegien Dijkstra, dochter van Jannes Dijkstra en Lammegien Muské, en vrouw van Marten Everts Bos. Ze zou geboren zijn op 1 mei 1789 in Smilde.

Terug naar de doopboeken van Smilde en omgeving vind ik inderdaad de doop van Hiltien, geboren op 01-05-1790, dochter van Jannes Eissen en Lammegje Arents. De dag klopt, maar het jaartal wijkt weer 1 af. Het zou kunnen.

Ik wist dat ze het vroeger in Drente niet zo nauw namen met achternamen, maar dit slaat wel alles. Haar man Marten heet in diverse aktes Marten Everts, Marten Everts de Vries en Marten Everts Bos. Haar ene zoon heet Evert Bos, haar andere zoon heet Lambert Everts en nog een andere zoon heet Marten de Vries. En zij zelf heet Hillegien de Vries en bij haar overlijden Hillegien Dijkstra.

Gezien de samenhang van alles, zou het kunnen kloppen, maar dan nog zou het kunnen zijn dat ik toch twee Hillegiens door elkaar haal.

Zo’n puzzel is toch leuker dan wandelen in de regen op een regenachtige zaterdagochtend.

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Op zoek naar Hillegien

Zwolse connecties

Het grootste deel van mijn voorouders komen uit het Noordoosten van Nederland, uit Drenthe, Groningen, Oost-Friesland, en Bentheim. Het was dan ook een mooie verrassing toen ik een paar voorouders uit Zwolle, mijn huidige woonplaats, in de archieven tegenkwam.

Op 6 februari 1795 wordt Lodewicus ter Voorde gedoopt in de Steegjeskerk, aan de Hoornsteeg tussen Melkmarkt en Nieuwstraat, in Zwolle. De Steegjeskerk was een Rooms-katholieke statie, een missiepost. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was het katholicisme officieel verboden, maar de eredienst werd in schuilkerkjes meestal oogluikend toegestaan. In deze schuilkerkjes werd gedoopt en getrouwd, hoewel het rooms-katholieke geestelijken verboden was om zich met het trouwen te bemoeien. Een wettig huwelijk kon gesloten worden ten overstaan van de magistraten of ten overstaan van de gereformeerde kerkenraden. Rooms-katholieke echtparen trouwden zowel voor schepenen (lokaal bestuur) of de hervormde predikant, als voor de rooms-katholieke geestelijke van hun schuilkerk. De ouders van Lodewicus, Gerrit ter Voorde en Dina Severin zijn daarom op 14 mei 1786 in de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zwolle getrouwd, hoewel ze katholiek waren.

Bij de doop van Lodewijk was zijn oom Derk uit Haaksbergen als getuige aanwezig. De vader van Lodewijk, Gerrit, was op 4 februari 1748 gedoopt in de katholieke kerk in Haaksbergen. Hij was de jongste zoon van Jan ten Voort en Eefse Dercks Lenderinck. Gerrit had een aantal broers boven zich, waarvan Derk vermoedelijk de oudste broer, al is dat niet helemaal zeker, omdat de katholieke doopboeken van Haaksbergen van voor 1732 verloren zijn gegaan.
Een half jaar na de geboorte van Gerrit, in augustus 1748 worden in opdracht van het gewestelijk bestuur alle inwoners van Overijssel geregistreerd. De gegevens zijn bedoeld voor een nieuw belastingstelsel dat nooit wordt ingevoerd, maar we weten dankzij deze telling de samenstelling van ieder huisgezin.

In het Register van de Boerschap Holthuijsen staat vermeld: “47. Jan ten Voorde en vrouw, vijf kinder boven 10 jaar en 4 onder 10 jaar”. Er zijn 6 kinderen in leven, geboren na 1732; de overige 3 zijn dus voor 1732 geboren..
Er zal voor Gerrit weinig toekomst geweest zijn in Holthuizen, en hij besluit het buurtschap te verlaten. In 1786 woont Gerrit als metselaarsknecht, voor de Sassenpoort in Zwolle. Volgens een nog niet bevestigd bericht werkt “de uitheemse Gerrit de Voorde” 18 april 1785 als knecht bij de meestermetselaar Warner Stemberg.

Op 14 mei 1786 trouwt Gerrit met Hendrina Severijn, die als dienstmeid werkt bij dr. Raas in de Luttekestraat. Aatje Severijn, de moeder van de bruid, is getuige. Het paar krijgt 4 zoons, Jan, Willem, Egbert en Lodewijk. Om te kunnen trouwen, en zich in Zwolle te vestigen, moet Gerrit een zogenaamde akte van Idemniteit inleveren. Gerrit heeft op 8 januari 1786 in het “Gerigt van Haxbergen” zo’n verklaring ontvangen, en hij levert deze op 21 maart in. Gerrit mag zich nu in Zwolle voor een onbepaalde tijd vestigen als metselaarsknecht.
Gerrit overlijdt in het jaar waarin zijn jongste zoon Lodewijk geboren wordt. Op 18 november 1795 wordt Gerrit ter Voorde “‘s avonds om 9 uur op de Bethlehemse Kerkhof begraven in No 3 van de 11de lage”. Het Bethlehemse Kerkplein is nu in 2013 een terras van een tweetal cafés.

Lodewijk trekt na verloop van tijd naar Smilde waar hij aan het werk gaat als timmerman. Op 22 augustus 1818 trouwt hij in Smilde met Lena Brands. Zijn moeder Dina Severin geeft in juli 1818 bij een notaris in Zwolle schriftelijk haar toestemming voor dit huwelijk. In de akte staat dat ze niet aanwezig zal (kan?) zijn. De bijlagen van de huwelijksakte bevatten een document van de Nationale Militie, met een signalement van Lodewijk:

  • Lengte: 5 voet, 5 duim en 2 strepen
  • Aangezigt: breed
  • Voorhoofd: rond
  • Oogen: grijs
  • Neus: ordinair
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: blond
  • Merkbare tekenen: pokdalig

Lena Brands is geboren in Kloosterveen, Smilde, maar haar vader Jan Brands was afkomstig uit Zwolle. Jan Brands is op 25 februari 1756 gedoopt in de Nederduits Gereformeerde Kerk van Zwolle. Hij was de zoon van Marten Brands en Margje Groenenberg. Marten Brandt, geboren in 1714 in Zwolle, was soldaat in de Compagnie van de Overste Lieutenant Raasvelt. Margje Groenenberg is geboren in 1719 en woonde “op den Dijk”, waarschijnlijk in Kamperpoort.

Hoewel Lodewijk rooms-katholiek was, is hij in Smilde met een gereformeerd meisje getrouwd, en is ook zelf lid geworden van de Nederduits Gereformeerde kerk. Lodewijk overlijdt op 17 juli 1841, op 46-jarige leeftijd in Smilde. Zijn dochter Dina ten Voorde trouwt in hetzelfde jaar, op 8 oktober 1841, met Tijmen Jans Pool.

 

Geplaatst in Pool | Reacties staat uit voor Zwolse connecties

Geesje Pool

Op 30 april 1817 overlijdt Meeuwes Middelveld, 60 jaar oud en zoon van Geessien Pool. Dat Meeuwes banden heeft met de familie Pool in Ruinen blijkt uit het feit dat hij in 1792 getuige is bij de doop van Meeuwis, de zoon van Tiemen Hendriks Pool en Lammechien Jans. Tiemen is in 1784 getuige geweest bij de doop van de Meuwes, de zoon van Meeuwes Middelveld en Jantien Arents. Maar wie is Geessien Pool? Hoe zijn de banden tussen Geesien en de familie Pool?

In de archieven is niets te vinden over Geessien Pool. Na een zoektocht naar de combinatie Geesje en Meeuwes kom ik uit op Geesje Meuwes, in 1733 geboren in Hoogeveen, dochter van Meeuwis Middelvelt en Aaltje Sanders. Er zijn meer Geesje Meuwesen in andere plaatsen, die geen banden hebben met Ruinen.

Geesje krijgt op 24 september 1756 in Ruinen een zoon Michiel. Geesje is ongehuwd en de vader wordt niet genoemd. De naam Michiel is een bijzondere naam. Hij komt wel regelmatig voor in Drenthe, maar toch vreemd als naam voor de zoon van Geesje Meuwis Middelveld. Heette de vader van haar kind Michiel? Toch lijkt het aannemelijk dat de zoon van Geesje Meuwis later Meeuwis genoemd wordt, naar zijn opa Meeuwis Middelvelt.
Geesje krijgt daarna nog twee kinderen met Hendrik Rutgers: Zander in 1765 en Aaltje in 1767. De namen Sander en Aaltje komen beide voor in de familie van Geesje Meuwis.

En zo komen we op de volgende persoon in ons verhaal: wie is Hendrik Rutgers.

Hendrik Rutgers is op 15 februari 1711 gedoopt in de kerk van Ruinen, als zoon van Rutgert Tijmens en Claasjen Jans. Op 18 september 1735 trouwt hij in Beilen met Annigjen Hindriks uit Eemster. Annigjen is een dochter van Egbertien, en is op 15 juli 1712 in Diever gedoopt.

Hendrik krijgt een dochter Jentien, gedoopt op 19 maart 1741 in Ruinen. Er zijn documenten met betrekking tot een Rutger Hendriks. Hoewel er geen doopinschrijving is van Rutger, is het aannemelijk dat hij een zoon is van Hendrik Rutgers.

Een naam die veel opduikt als getuige bij de doop in Ruinen is Egbertje Hendriks. Egbertje is getuige bij de doop van Zander in 1765, Aaltje in 1767, Rutger Jans in 1769, Hendrik Rutgers in 1781, Hendrik Tijmens in 1788 en Jan Rutgers in 1792. Hoewel Egbertje de dochter zou kunnen zijn van Hendrik Pauls, gedoopt in 1726, is het ook heel aannemelijk dat Egbertje een dochter is van Hendrik Rutgers en Annigien Hindriks. De moeder van Annigien heet immers ook Egbertien. In 1764 krijgt Egbertien als ongehuwde moeder een dochter Annigje. Nog een aanwijzing dat Egbertien de dochter is van Annigien Hindriks uit Eemster.

Op 6 januari 1788 wordt Hendrik Tijmens gedoopt, zoon van Tijmen Hendriks en Lammegje Jans. Tijmen Hendriks heet tegen die tijd ook wel Tijmen Hendriks Pool. Egbertje Hendriks is getuige. In 1784 en 1792 zijn Tijmen en Meeuwis getuigen bij de doop van elkaars kinderen. Dit suggereert een band tussen Hendrik Rutgers, Meeuwis Midddelveld, Egbertje Hendriks en Tijmen Hendriks. Is Tijmen Hendriks een zoon van Hendrik Rutgers en (stief)broer van Meeuwis en Egbertje?

In het boek van T. Pool over de stamboom en de geschiedenis van de familie Pool, begint de geschiedenis op donderdag 24 februari 1709, als Tijmen Hendriks en Aaltjen Derks uit Nuil hun pasgeboren zoon Hendrik Tijmens laten dopen. Er is niet zoveel bekend van Tijmen en Aaltjen. Het zou echter kunnen zijn dat de geschiedenis niet begint met Hendrik Tijmens, zoon van Tijmen en Aaltje, maar met Hendrik Rutgers Tijmens, zoon van Rutger Tijmens en Claasje Jans.

In de Haardstedenboeken van Ruinen komen de volgende regels voor

  1. 1742, pagina 4130: Hendrik Tijmens en Jenne Rutgers Tijmens deze twee zijn arm en de laatstgenoemde bedelt bij de huizen.
  2. 1744, pagina 4139: Henrik Tijmens en Jenne Rutgers Tijmens deze twee zijn arm en de laatstgenoemde bedelt bij de huizen.
  3. 1754, pagina 4153: In een arm huisje woont Hendrik Tijmens pool is arm en compareert als soldaat voor zijn oom Hendrik Viller wegens Pesse, Egten, Ansen.
  4. 1764, pagina 4183: in een arm huisje in de hoek wonend Hendrik Tijmens Pool compareert als soldaat voor zijn neve Hendrik Hendriks Vilder weggens Pesse, Echten en Ansen.
  5. 1774, pagina 4204: Alumni van de Diaconie Cassa Geesjen Meuwes deze heeft remis van ’t Hoofdgeld, pro Deo, geobtineert en wordt tegenwoordig nog uit de Diaconien Cassa gealimenteert
  6. 1784, pagina 4211: Geesjen Meeuwes X
  7. 1794 blz 4222: Tijmen Hendriks en Rutger Hendriks genietende deze twee personen uit de Diaconie Cassa

Wie is de Hendrik Tijmens in 1742 tot en met 1764? Is dit de Hendrik uit 1709 of de Hendrik uit 1711. We gaan voor deze vraag even weer terug naar de ouders.

Van Tijmen Hendriks en Aaltje Derks uit Nuil is verder niets meer te vinden.

Rutger Tijmens en Claasje Jans hebben nog een aantal kinderen gekregen. In 1713 wordt Jentjen geboren, dochter van Rutger Tijmens. Dit brengt Hendrik Tijmens in het Haardstedenboek van 1742 en 1744 direct in verband met zijn zus Jenne Rutgers Tijmens.
In 1741 wordt Jan, de zoon van Jentien Rutgers geboren. De moeder is ongehuwd, en bedelt volgens het Haardstedenregister langs de huizen. Egbertje Hendriks is in 1769 getuige van de doop van Rutger, de zoon van Jan.

Hendrik Rutgers Tijmens is tussen 1764 en 1774 overleden. Hij komt in niet meer voor in het Haardstedenregister van 1774. In plaats daarvan wordt Geesje Meeuwes genoemd, die geld krijgt van de diaconie.

Samenvattend kunnen we het volgende concluderen: in 1711 wordt Hendrik Rutgers Tijmens geboren. Hij trouwt in 1735 met Annigje Hindriks. Ze krijgen minsten drie kinderen: Rutger, Egbertje en Jentien. Rond 1760 trouwt Hendrik Rutgers Tijmens met Geesje Meeuwes met wie hij drie kinderen krijgt: Zander, Zander en Aaltje. De eerste Zander is als kind overleden. Geesje heeft een zoon uit een vorige relatie Meeuwis. Verder is er nog Tijmen Hendriks Pool als zoon van Hendrik Rutgers Tijmens. Tijmen is volgens zijn overlijdenactie rond 1752 geboren. Omdat hij vóór Meeuwis is geboren, is het waarschijnlijk dat Tijmen een zoon is van Hendrik Rutgers Tijmens en Annigje Hindriks en niet van Geesje Meuwis.

Op 30 april 1817 overlijdt Meeuwes Middelveld, 60 jaar oud en zoon van Geessien Pool. Geessien Pool is Geesje Meuwes Middelveld, geboren in 1733 in Hoogeveen, dochter van Meeuwes Middelvelt en Aaltjen Sanders. Geesje is de tweede vrouw van Hendrik Rutgers Tijmens Pool en de stiefmoeder van Tijmen Hendriks Pool.

Bronnen.
De aanleiding van dit verhaal was een mail van iemand die via mijn website op zoek was naar informatie over Geesje Pool. Veel sporen en hints heb ik kunnen halen uit een discussie op het forum van het Drents Archief. Verder is alles na te zoeken op Drenlias.nl

 

Geplaatst in Pool | Reacties staat uit voor Geesje Pool

Harm Weerman

Rond 1800 trouwt Harm Weerman in Steinfurt met Aaltien Brinks, een meisje uit Noordbarge. Harm en Aaltje vertrekken vervolgens naar Noordbarge om daar te gaan wonen. Zo zou het gegaan kunnen zijn, maar de hervormde gemeente van Emmen vertrouwt het niet, en in 1804 moet het paar voor de tweede keer trouwen, en nu in Emmen. In de huwelijksaantekening staat “Gehuwd te Emmen 26-8-1804, nadat zij te voren al te Steinfurt getrouwd geweest waren volgens blijken van daar, maar wijl die documenten hier wat verdagt voorkwamen zijn dezelve na 3 kerkkondigingen hier op nieuw getrouwd op voorgenoemde datum”. De vraag is wat Harm en Aaltje in Steinfurt deden. Steinfurt ligt ver zuidelijk van Hoogstede, de woonplaats van Harm, en Aaltje komt uit Noordbarge dat noordelijk van Hoogstede ligt.
Harm en Aaltje hebben een dochtertje, Margien, die op 14-2-1802 in Emmen is gedoopt. Meer kinderen volgen in 1805 (Lambert), 1814 (Fennechien), 1817 (Albert). Hun laatste dochter Willemina wordt in 1823 geboren, toen Aaltien al 44 jaar oud was.

De naam Weerman duikt voor het eerst op in het gehucht Kalle, vlakbij het plaatsje Hoogstede in Duitsland. Hij werd daar geschreven als Weermann. In Kalle is een boerderij (“Hof” op z’n Duits), die de “Hof Weermann” heette. Alle boerderijen in die streek hadden een familienaam; de oudste boerderij is “Hof Kropschott”, die al in 1364 genoemd werd. Op dit moment wonen er geen Weermannen meer op de boerderij alhoewel hij nog steeds bestaat onder de naam “Hof Ensink”. De Hof Weerman ligt in de buurt van de Vecht, in een streek die regelmatig overstroomt bij hoogwater. De oude kapel van Arkel stond op een heuveltje vlakbij, en regelmatig moest men met een bootje naar de kapel. In 1820 is deze volledig afgebroken en in Hoogstede weer opgebouwd. De oudste leden van het geslacht Weerman liggen nog steeds op de oude plek van de kapel in Arkel begraven en een gedenksteen herinnert nog aan de vroegere kapel.

De Nederlandse Weerman-tak begint met Hendrik Weerman (22-1-1702) en Jennie Kropschot (28-10-1698) beiden geboren in Kalle. Zij trouwen in 1721 en krijgen in 1722 een dochter, Gese Weermann. Acht jaar later, op 8-5-1730, krijgen zij een zoon, Lambert Weermann. Of er nog meer kinderen zijn is onbekend.

Lambert trouwt op 7 februari 1762 met Fenne Moeken. Lambert was weduwnaar en Fenne was dus zijn tweede vrouw. Lambert en Fenne krijgen op 2-1-1776 in Kalle een zoon, Harm Weermann.

Lambert Weermann kan niet op de Hof Weermann blijven, en huurt een pachtboerderij van de familie Bleumers-Meier. Dit moet een drama voor Lambert geweest zijn, want de pachtboerderij was klein (de Hof Weermann was groot) en de inkomsten waren waarschijnlijk laag, terwijl ook de pacht nog betaald moest worden. Rond 1800 vertrekt zoon Harm Weerman naar Noordbarge en trouwt daar met Aaltje Brinks. Uit een aantekening in de kerkboeken van Emmen lijkt het dat zijn moeder Aaltje mee is gegaan, want op 4 september 1805 wordt Aaltje Weerman uit Noord-Barge begraven. Aangifte wordt gedaan door zoon Harm Weerman. Aaltje zal mogelijk de stiefmoeder zijn, want zijn moeder is Fenne Moeken. Is vader Lambert Weerman dan na het overlijden van Fenne voor de derde keer hertrouwd?

De nazaten van Harm zijn van de “arme tak” van de familie Weerman. De meesten waren landarbeiders of keuterboertjes en velen stroopten er wat bij als illegale jager. Al lijkt het er op dat het Harm zelf wel goed ging in Noordbarge. Volgens de kadaster-gegevens van 1807 en 1832 was hij eigenaar van minimaal 2 huizen, waaronder erve Brinks.

De oudste dochter Margien Weerman trouwt op 25 april 1826 met Willem Haan. Haar kleinzoon Geert Haan trouwt in 1898 met Frederika Geerlinks, de dochter van Frederik Geerlinks, afkomstig uit Emlichheim. De grootmoeder van Frederika Geerlinks is ook een Weerman, Harmina. De vraag is of Harmina Weerman familie is van Harm Weerman.
BRONNEN
Het grootste deel van dit verhaal is afkomstig van de website van Herman Weerman www.hweerman.com

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Harm Weerman

Frits Geerlinks

Onderstaand stuk is overgenomen uit het boek “Op de grens, Gereformeerden in de marge van moderniserend Nederland, Ter Apel 1879-1940”, van Gert van Klinken


Frederik (Frits) Geerlnks was in 1834 geboren in het Duitse Emlichheim (Emmelkamp) in de Grafschaft Bentheim. De Geerlinksen waren een oud Emlichheims geslacht. De naam werd ook wel gespeld als Geerlings. Tot op de huidige dag (1999) bevindt zich in Emlichheim een Geerlingshoeve aan de weg naar Hoogstede.

Frits Geerlinks werd gedoopt in de ‘reformierte’ (hervormde) kerk van Emlichheim en deed daar in 1852 belijdenis. In 1860 huwde Geerlinks met Johanna Weggemans uit het Nederlandse Dalen. Het huwelijk werd in de Reformierte Kirche van Emlichheim geregistreerd. Het echtpaar vestigde zich in het Nederlandse Weerdinge in de gemeente Emmen. Ze sloten zich aan bij de afgescheidenen in Emmen. Toen in Weerdingermond een afgescheiden kerk gesticht werd, gingen de Geerlinksen daar met attest toe over. In Weerdingermarke bouwde Frits Geerlinks eigenhandig een boerderij met houten gebinte. Later verhuisde de familie naar de Markeweg. Geerlinks was landbouwer in de ruime zin van het woord. Hij was een vaardig timmerman, en nam tevens deel aan de verveningen. Op het nog onontgonnen veen verbouwde hij boekweit.

Bij de afgescheiden gemeente van Weerdingermond was Geerlinks vanaf het begin als ouderling betrokken. Tot 1884 diende hij de gemeente eveneens als voorzanger. In 1888 was hij voorzitter van de kerkenraad, in 1892 en 1895 scriba. In 1894 werd in de kerkenraad besloten dat Geerlinks bij afwezigheid van ds. Huls zou voorgaan in de erediensten. Kleinzoon Pieter Geerlinks kende meer dan een eeuw na dato nog de overlevering dat zijn grootvader zich op zaterdagavond bij kaarslicht voorbereidde op het preeklezen in de zondagse eredienst. Hieronder zal nog worden ingegaan op Geerlinks’ bibliotheek.

De familie Geerlinks voelde zich thuis in Weerdingermond. De kinderen van Frits Geerlinks en Johanna Weggemans waren volledig Nederlands. Ze spraken behalve Nederlands het veenkoloniale Groningse dialect – maar niet het Duits. De banden met Bentheim vervaagden. In de kast bewaarde een Hannoveriaanse acte van 1765 de herinnering aan de geschiedenis van het geslacht. In zijn laatste jaren woonde Frits Geerlinks als weduwnaar in een klein huisje naast de boerderij aan de Markeweg. Hij was in de kost bij zijn kinderen.

Aanvullingen van andere pagina’s van het boek

  • Het was een verrassing te vernemen dat Geerlinks nog in 1860 deel uitmaakte van de reformierte (hervormde), en niet van de altreformierte (afgescheiden) Kirche in Emlichheim.
  • Een huisbibliotheek werd in Weerdingermond verzameld door Frits Geerlinks. Geerlinks bezocht allerlei boeldagen om zijn collectie te kunnen opbouwen. Kleinzoon Pieter Geerlinks vertelde in 1998 dat zijn grootvader ‘op een dag met twee voer hooi op weg ging, en met een wagenvracht boeken weer terug kwam’. Bewaard bleef een uitvoerig exegetisch commentaar op de bijbelboeken Leviticus, Numeri en Deuteronomium, uitgegeven door de Leidse hoogleraar Joan van den Honert en gedrukt in Amsterdam door Isaak Tirion en Jacobus Loveringh in 1740. In het boek komen fraaie gravures voor, en meerdere aanhalingen in de Hebreeuwse en Griekse taal en typografie. Het boekenbezit van Geerlinks moet vrijwel zeker geïnterpreteerd worden in het kader van een ‘gezelschap’. Het grote aantal exemplaren van de Bijbel in één bibliotheek kon onmogelijk alleen voor het gezin Geerlinks bestemd zijn. In het gezelschap werd onderling boeken geleend, wat de armen een zeldzame mogelijkheid bood om zich lectuur eigen te maken. De zondagavond was in de Veenkoloniën voor de leden van het ‘gezelschap’ een geliefd tijdschip om over het gelezene van gedachten te wisselen.
  • In de rest van het boek wordt een beeld geschetst van een strenge en rechtlijnige man, die regelmatig in discussie treedt met een kerkenraad die wat “zachter” reageert. Frits schuwt zelfs het conflict met een mede ouderling niet, die op zondag zijn winkel open heeft.

Uit een mail van iemand uit Emlichheim:

“Ik weet nog dat in Emlichheim zo’n  10-15 jaar geleden aan de Ringer Straße (richting Hoogstede), een boerderij stond waar vroeger Geerlings gewoond hebben. Later werd de boerderij verhuurd. Nu (2013) staat hier de LIDL.”

 

Geplaatst in de Vries | Reacties staat uit voor Frits Geerlinks